Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het verloop van de procedure
- [A] , casemanager dementie;
- [B] , dochter van betrokkene.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) verzocht de rechtbank om een rechterlijke machtiging te verlenen voor de opname en het verblijf van betrokkene voor de duur van zes maanden. De rechtbank ontving het verzoek op 24 juni 2025 en hield de zitting op 11 juli 2025, waarbij betrokkene, haar casemanager dementie en haar dochter werden gehoord.
De rechtbank beoordeelde het verzoek aan de hand van het subsidiariteitsvereiste, dat vereist dat er geen minder bezwarende alternatieven zijn voor verplichte opname. Tijdens de zitting bleek dat de situatie van betrokkene was verbeterd ten opzichte van de medische verklaring. Betrokkene accepteert inmiddels beter de zorg, waaronder wondzorg en medicatiehulp via thuiszorg, die al drie kwart jaar betrokken is.
Hoewel de zorglast voor de dochters zwaar blijft, oordeelde de rechtbank dat de verbeterde acceptatie van zorg door betrokkene het zware middel van een rechterlijke machtiging niet rechtvaardigt. De rechtbank concludeerde dat het verzoek te ver strekt en wees het af. Tegen deze beschikking staat cassatie open.
Uitkomst: Het verzoek tot rechterlijke machtiging voor opname wordt afgewezen wegens het bestaan van minder bezwarende alternatieven.