Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
5.BENADEELDE PARTIJ
6.BESLISSING
spreekt verdachte daarvan vrij;
Rechtbank Midden-Nederland
Op 11 mei 2023 werd verdachte, werkzaam als leidster bij een kinderdagverblijf in Nieuwegein, beschuldigd van poging zware mishandeling en mishandeling van een 8 maanden oude baby. De tenlastelegging betrof onder meer het ruw oppakken, laten vallen en grof omdraaien van het kind, met mogelijke opzettelijke toebrenging van zwaar lichamelijk letsel.
Tijdens de terechtzitting op 7 juli 2025 werden verklaringen van twee getuigen en verdachte besproken. Er waren verschillen in de verklaringen over de wijze van oppakken en de bewoordingen van verdachte. Getuigen spraken van een bonkend geluid en harder huilen van het kind, maar er was geen bewijs van letsel. Verdachte erkende niet volgens protocol te hebben gehandeld, maar ontkende opzet.
De rechtbank concludeerde dat verdachte onzorgvuldig handelde, maar dat niet wettig en overtuigend vaststond dat zij het kind heeft laten vallen of opzettelijk zwaar lichamelijk letsel wilde toebrengen. Het dossier ontbrak aan onderzoek naar de ondergrond en kracht van de handelingen. Ook was niet bewezen dat het huilen van het kind pijn veroorzaakte. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten.
De benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering wegens de vrijspraak. De rechtbank benadrukte dat niet elke onvoorzichtigheid strafbaar is, ondanks de verantwoordelijkheid van de verdachte als kinderopvangmedewerker.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging zware mishandeling en mishandeling wegens onvoldoende bewijs voor opzet en letsel.