Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.GELDIGHEID VAN DE DAGVAARDING
4.VRIJSPRAAK
5.BESLISSING
spreekt verdachte daarvan vrij.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 21 juli 2025 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van medeplegen van een poging tot oplichting en medeplichtigheid aan een poging tot oplichting bij de verkoop van een Renault Clio met een vervalste identiteit. De tenlastelegging werd deels gewijzigd en betrof ook een onduidelijk subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid aan oplichting met betrekking tot een Audi Q5, waarvan een deel van de dagvaarding nietig werd verklaard.
De rechtbank oordeelde dat het dossier onvoldoende bewijs bevatte voor een nauwe en bewuste samenwerking tussen verdachte en medeverdachte, noodzakelijk voor medeplegen. Verdachte had wel foto’s gemaakt van de auto en kentekenplaten en had medeverdachte vervoerd, maar dit werd als onvoldoende gewichtige bijdrage gezien. Ook ontbrak het bewijs dat verdachte opzet had op de oplichting, waardoor medeplichtigheid niet kon worden vastgesteld.
De dagvaarding werd gedeeltelijk nietig verklaard vanwege onduidelijkheid over de medeplichtigheid aan oplichting met betrekking tot de Audi Q5. Verdachte werd vrijgesproken van zowel het primair ten laste gelegde medeplegen als het subsidiair ten laste gelegde medeplichtigheid. De rechtbank was bevoegd, de vervolging ontvankelijk en er waren geen redenen voor schorsing van de vervolging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van medeplegen en medeplichtigheid aan poging tot oplichting wegens onvoldoende bewijs.