Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
Ten aanzien van feit 1, feit 2, feit 3 en feit 5
De verkoper zei dat de koopovereenkomst al klaar was. [9] Mijn zwager heeft mij ook herinnerd om het VIN-nummer van de auto te controleren met die van de autodocumenten, dit heb ik ook gedaan. Ik zag dat het VIN-nummer klopte, alles was in orde.
Ik had contant geld bij mij 13.500, - euro. Ik heb dit geld ter plaatse geteld, de verkoper stond ernaast. De verkoper deed dit in zijn zak. In de aanwezigheid van mij en mijn zwager, heeft de verkoper de kentekenplaten van de Audi Q5 afgehaald, in tweeën gebogen en meegenomen. Hierna heeft de verkoper mij de overeenkomst en de autopapieren overhandigd. Daarna zijn mijn zwager en ik in de Audi Q5 gestapt en zijn de parkeergarage uitgereden.
Ik heb mijn broer gevraagd om af te spreken met de verkoper van de Renault Clio over twee dagen. Mijn broer kreeg precies hetzelfde adres door als het adres waar ik eerder de Audi gekocht heb.
Ik ging met een vriend naar Nederland, dit was op 11 januari 2021.
Op ongeveer twee kilometer van het adres waar wij zouden afspreken met de verkoper, was een politiebureau. Hier zijn wij naartoe gegaan. De politie heeft toen aangeven dat zij voor mij in de plaats zouden gaan. De politie ging ook kijken en gaf aan dat de Clio er stond. [12]
- de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 7 juli 2025;
- een proces-verbaal forensisch technisch onderzoek vals document, p. 119.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJ
11.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14a, 14b, 14c, 36f, 45, 47, 55, 57, 63, 225, 231 en 326 van het Wetboek van Strafrecht en
- 41 en 176 Wegenverkeerswet 1994,
12.BESLISSING
een gevangenisstraf van 2 maanden;
gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
een proeftijd van 2 jarenvast;
een taakstraf van 200 uren;
- wijst de vordering van [aangever 1] toe tot een bedrag van € 14.000,-;
- veroordeelt verdachte hoofdelijk tot betaling aan [aangever 1] van het toegewezen bedrag, met dien verstande dat indien en voor zover reeds door een ander/anderen (gedeeltelijk) aan de benadeelde is betaald, verdachte (in zoverre) van deze verplichting zal zijn bevrijd;
- wijst de vordering van [aangever 1] voor wat betreft het meer gevorderde immateriële deel af;
- veroordeelt verdachte ook in de kosten door de benadeelde partij gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog te maken, tot op heden begroot op nihil;
- legt verdachte de hoofdelijke verplichting op ten behoeve van [aangever 1] aan de Staat € 14.000,- te betalen, bij niet betaling aan te vullen met 105 dagen gijzeling;
- bepaalt dat verdachte van zijn verplichting tot het vergoeden van schade is bevrijd als hij en/of (een van) zijn mededader(s) op een van de hiervoor beschreven manieren de schade aan de benadeelde dan wel aan de Staat heeft vergoed.