ECLI:NL:RBMNE:2025:3466
Rechtbank Midden-Nederland
- Proces-verbaal
- Rechtspraak.nl
Toewijzing kort geding voor toegang tot gehuurde zolderruimte en voorzieningen
Eiser woont sinds 17 februari 2025 in een zolderruimte van de woning van gedaagde en betaalt hiervoor maandelijks €1.100,00. Gedaagde stelde dat het een inwoningsovereenkomst op basis van kostgeld betrof en zegde de overeenkomst per 1 juli 2025 op. Eiser vordert in kort geding toegang tot de zolderruimte en gedeelde voorzieningen onder dwangsom.
De kantonrechter acht het zeer aannemelijk dat de bodemrechter zal oordelen dat sprake is van een huurovereenkomst, mede vanwege de schriftelijke overeenkomst waarin sprake is van 'rent' en 'tenant'. De opzegging door gedaagde zonder geldige reden en op korte termijn is niet toegestaan. De vorderingen van eiser worden toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld tot het verlenen van toegang en betaling van een dwangsom.
In reconventie vordert gedaagde onder meer dat de huurovereenkomst niet bestaat en eiser zich moet uitschrijven, maar deze vorderingen worden afgewezen. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld om eiser per direct toegang te verlenen tot de zolderruimte en gedeelde voorzieningen, onder dwangsom en betaling van proceskosten.