ECLI:NL:RBMNE:2025:3421

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
16 juli 2025
Publicatiedatum
14 juli 2025
Zaaknummer
11395153 \ UC EXPL 24-7557
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herstel dak tuinkantoor wegens onvoldoende afschot volgens deskundigenadvies

Eisers en gedaagde sloten een aannemingsovereenkomst voor de bouw van een tuinkantoor. Eisers stelden dat het dak onvoldoende afschot heeft, waardoor water blijft staan, wat een gebrek vormt. Gedaagde betwistte het gebrek en stelde dat het gebruikte EPDM-materiaal levenslang meegaat en geen lekkages veroorzaakt.

De kantonrechter oordeelde dat gedaagde tekort is geschoten in de nakoming van de overeenkomst. Het deskundigenrapport van Vebidak, dat door eisers was ingeschakeld, concludeerde dat het dak niet aan de normen voldoet en adviseerde herstel. Gedaagde heeft dit rapport onvoldoende weersproken.

De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot herstel van het dak conform het advies van Vebidak, binnen een maand na aanzegging, rekening houdend met werkbare dagen. Een dwangsom werd niet opgelegd vanwege de toezegging van gedaagde om tot herstel over te gaan.

Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten van eisers. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot herstel van het dak conform deskundigenadvies en betaling van kosten.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11395153 \ UC EXPL 24-7557
Vonnis van 16 juli 2025
in de zaak van

1.[eiser sub 1] ,

wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [eiser sub 1] ,
2.
[eiseres sub 2],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [eiseres sub 2] ,
eisende partijen,
hierna samen te noemen: [eiser sub 1] c.s.,
gemachtigde: mr. W.F. Schovers,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd in [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.A.J. Kemps.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding van [eiser sub 1] c.s. van 16 oktober 2024 met productie 1 tot en met 12,
- de conclusie van antwoord met 1 productie.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 17 juni 2025. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat daar is besproken. Daarna is bepaald dat het vonnis wordt uitgesproken op 16 juli 2025.

2.De kern

2.1.
Partijen hebben een aannemingsovereenkomst gesloten voor de bouw van een tuinkantoor door [gedaagde] . [eiser sub 1] c.s. menen dat het afschot van het dak van het kantoor onvoldoende is aangebracht, waardoor er een laag water op blijft staan. [eiser sub 1] c.s. vorderen herstel door [gedaagde] op de manier zoals de door hen ingeschakelde deskundige adviseert. [gedaagde] betwist dat er een gebrek is. De kantonrechter wijst de vordering van [eiser sub 1] c.s. toe. Dat oordeel wordt hierna toegelicht.

3.De beoordeling

[eiser sub 1] c.s. zijn ontvankelijk
3.1.
Als meest verstrekkende verweer heeft [gedaagde] aangevoerd dat [eiseres sub 2] in deze procedure niet-ontvankelijk is, omdat tussen haar en [gedaagde] geen contractuele relatie bestaat. Alleen [eiser sub 1] en [gedaagde] zijn partij bij de aannemingsovereenkomst. Op zitting is dit verweer besproken. Daarbij heeft [gedaagde] aangegeven het verweer te laten vallen. Partijen hebben daar besloten dat [eiser sub 1] c.s. geacht worden de overeenkomst samen te hebben gesloten. Ook [eiseres sub 2] is daarom ontvankelijk in de vorderingen.
[gedaagde] is tekortgeschoten ten aanzien van afschot dak
3.2.
[eiser sub 1] c.s. stellen dat [gedaagde] tekort is geschoten in de nakoming van de aannemingsovereenkomst, doordat het dak geen of onvoldoende afschot bevat. [eiser sub 1] c.s. hebben op de zitting toegelicht dat op het dak van het tuinkantoor continu een laag water staat. Dat is volgens hen een gebrek omdat de laag water muggen aantrekt en de kans op lekkages vergroot. Volgens [gedaagde] is van een gebrek geen sprake omdat hij al decennia zonder problemen dit soort bijgebouwen met een dak zonder afschot plaatst. Het gebruikte EPDM gaat een levenslang mee en daarom is er geen kans op lekkages in de toekomst.
3.3.
De kantonrechter is van oordeel dat [gedaagde] tekort is geschoten ten aanzien van het afschot van het dak. [eiser sub 1] c.s. hebben hun stelling onderbouwd met een rapport van Vebidak. In dat rapport concludeert Vebidak onder andere:
3.4.
Daarom adviseert Vebidak:
3.5.
Uit deze rapportage volgt niet dat het gebruikte EPDM en de wijze waarop de dakconstructie is ingericht aan de normen die daaraan mogen worden gesteld voldoet. Dat [gedaagde] dit al jaren zonder problemen zo uitvoert maakt niet dat [eiser sub 1] c.s. deze constructie moet accepteren. Zij mogen verwachten een product geleverd te krijgen dat aan de normen voldoet. De tekortkoming door [gedaagde] staat daarmee als onvoldoende weersproken vast.
[gedaagde] moet het dak herstellen op de wijze zoals Vebidak adviseert
3.6.
De vordering tot herstel van [eiser sub 1] c.s. kan daarom worden toegewezen. [eiser sub 1] c.s. hebben herstel door [gedaagde] gevorderd op de manier zoals Vebidak in het rapport heeft geadviseerd. [gedaagde] moet het dak dus herstellen met inachtneming van de aanbeveling die is opgenomen onder 3.4. Dat herstel moet wel plaatsvinden op de minst bezwarende wijze.
3.7.
[eiser sub 1] c.s. hebben een nader advies overgelegd waarin Vebidak een alternatief aanbeveelt als, zo begrijpt de kantonrechter, herstel niet mogelijk is zonder beschadiging van de isolatielaag. [1] Dat alternatief luidt als volgt en is op de zitting besproken:
De kantonrechter gaat ervan uit dat herstel plaatsvindt conform doel en strekking van de door Vebidak geadviseerde aanpak. Dat de EPDM niet aan één stuk het dak bedekt, maar in gedeelten is verlijmd levert op zichzelf nog geen tekortkoming op (dat blijkt in ieder geval nergens uit), maar is wel een aspect dat zal moeten worden meegenomen bij de wijze waarop het herstel wordt uitgevoerd.
3.8.
[eiser sub 1] c.s. hebben herstel gevorderd binnen een maand nadat het vonnis is gewezen en oplegging van een dwangsom van € 300,00 per dag waarop dat niet is gebeurd. [gedaagde] heeft erop gewezen dat de werkzaamheden weersafhankelijk zijn. [eiser sub 1] c.s. hebben dit onderkend. De vordering zal dus worden toegewezen op basis van werkbare dagen.
[gedaagde] hoeft geen dwangsom te betalen
3.9.
De kantonrechter ziet geen aanleiding voor het opleggen van een dwangsom. [gedaagde] heeft bij de mondelinge behandeling namelijk ruiterlijk toegezegd dat hij tot vervanging van het dak zal overgaan. De kantonrechter heeft geen reden om aan die toezegging te twijfelen.
[gedaagde] moet de buitengerechtelijke incassokosten van [eiser sub 1] c.s. betalen
3.10.
[eiser sub 1] c.s. hebben vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten gevorderd. Dat wordt toegewezen. [eiser sub 1] c.s. hebben voldoende aannemelijk gemaakt dat zij in redelijkheid buitengerechtelijke kosten hebben gemaakt. Het gevorderde bedrag van
€ 462,50 is ook redelijk.
[gedaagde] moet de proceskosten van [eiser sub 1] c.s. betalen
3.11.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser sub 1] c.s. worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
112,37
- griffierecht
87,00
- salaris gemachtigde
164,00
(2 punten × € 82,00)
- nakosten
41,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
404,37
3.12.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot herstelwerkzaamheden zoals aanbevolen door Vebidak (zie punt 3.4. en 3.7.) binnen een maand aan werkbare dagen vanaf het moment van aanschrijven daartoe,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 462,50 aan buitengerechtelijke incassokosten,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 404,37 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. D.C.P.M. Straver en in het openbaar uitgesproken op 16 juli 2025.
63076

Voetnoten

1.Productie 12 bij dagvaarding.