ECLI:NL:RBMNE:2025:3395
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- A.A.M. Elzakkers
- M.L. Bressers
- Rechtspraak.nl
Verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk wegens ontbreken van connexiteit
In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 17 juni 2025, wordt het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de oplegging van een Lichte Educatieve maatregel Alcohol en verkeer behandeld. Verzoeker had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) van 9 december 2024, waarin hem deze maatregel was opgelegd. Na het ongegrond verklaren van dit bezwaar door het CBR op 10 april 2025, werd verzoeker in de gelegenheid gesteld om beroep in te stellen. Echter, verzoeker heeft geen beroep ingesteld, waardoor de voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om voorlopige voorziening kennelijk niet-ontvankelijk is. Dit betekent dat de rechter het verzoek niet inhoudelijk kan beoordelen. Daarnaast heeft de voorzieningenrechter vastgesteld dat verzoeker geen griffierecht heeft betaald en ook geen verzoek om vrijstelling heeft ingediend, wat een extra reden is voor de niet-ontvankelijkheid van het verzoek. De voorzieningenrechter concludeert dat er geen aanleiding is voor een proceskostenveroordeling en verklaart het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk. Deze uitspraak is gedaan door mr. A.A.M. Elzakkers, in aanwezigheid van mr. M.L. Bressers, griffier, en is openbaar uitgesproken op 17 juni 2025.