De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 23 juni 2025 het verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) om een machtiging tot gesloten jeugdhulp en een aansluitende machtiging tot uithuisplaatsing te verlenen voor een minderjarige geboren in 2008. De minderjarige verblijft momenteel in een gesloten accommodatie bij Pluryn en heeft een belaste voorgeschiedenis met emotionele verwaarlozing en mishandeling. De GI verzocht om verlenging van de gesloten plaatsing tot 25 augustus 2025 en aansluitend een machtiging tot uithuisplaatsing tot 24 januari 2026, de duur van de ondertoezichtstelling.
De kinderrechter constateerde dat formeel niet aan alle voorwaarden voor een machtiging gesloten jeugdhulp werd voldaan, omdat de gesloten plaatsing niet langer strikt noodzakelijk was. Echter, vanwege de wachttijdenproblematiek en het ontbreken van een geschikte open plek, was het in het belang van het kind om de gesloten plaatsing te continueren tot een open plek beschikbaar is. De minderjarige en betrokken deskundigen onderschreven dat een tijdelijke overplaatsing schadelijk zou zijn voor haar ontwikkeling.
De machtiging tot uithuisplaatsing werd eveneens toegewezen omdat de thuissituatie onveilig bleef en het in het belang van de verzorging en opvoeding noodzakelijk was dat de minderjarige uit huis bleef. De beslissing werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De uitspraak onderstreept het belang van het kind als leidend criterium, ook als formele vereisten niet volledig zijn vervuld, en erkent de problematiek van wachtlijsten in de jeugdhulp.