Op 1 juli 2025 heeft de voorzieningenrechter van de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in de zaak tussen een verzoeker en het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn. Het verzoek om een voorlopige voorziening was ingediend op 8 juni 2025. De voorzieningenrechter heeft vastgesteld dat verzoeker het griffierecht van € 53,- niet heeft betaald, wat een vereiste is voor de behandeling van een verzoek om voorlopige voorziening volgens artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
De voorzieningenrechter heeft verzoeker op 11 juni 2025 een aangetekende brief gestuurd met het verzoek om het griffierecht binnen twee weken te betalen. Aangezien het griffierecht niet op tijd is ontvangen en verzoeker geen geldige reden heeft gegeven voor de niet-betaling, kon de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk behandelen.
De voorzieningenrechter heeft daarom het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk verklaard, wat betekent dat er geen uitspraak over de inhoud van het verzoek is gedaan. Verzoeker krijgt geen gelijk en er wordt geen vergoeding van de proceskosten toegekend. De uitspraak is openbaar uitgesproken en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.