ECLI:NL:RBMNE:2025:3287

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
1 juli 2025
Publicatiedatum
7 juli 2025
Zaaknummer
UTR 25/3453
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:82 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verzoek voorlopige voorziening wegens niet betalen griffierecht

Deze zaak betreft een verzoek om een voorlopige voorziening ingediend door verzoeker tegen het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn. De voorzieningenrechter heeft het verzoek niet inhoudelijk behandeld omdat het griffierecht van €53,- niet is betaald.

De voorzieningenrechter heeft verzoeker op 11 juni 2025 per aangetekende brief verzocht het griffierecht binnen twee weken te voldoen. Dit is niet gebeurd en er is geen geldige reden aangevoerd voor het uitblijven van betaling. Op grond van artikel 8:82 lid 1 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het betalen van griffierecht verplicht bij een verzoek om voorlopige voorziening.

Daarom is het verzoek kennelijk niet-ontvankelijk verklaard op grond van artikel 8:54 Awb Pro. Verzoeker krijgt geen gelijk en er wordt geen proceskostenvergoeding toegekend. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betaling van het griffierecht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3453

uitspraak van de voorzieningenrechter van 1 juli 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [woonplaats] , verzoeker,

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Baarn, verweerder

(gemachtigde: E. Doornbosch).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker van
8 juni 2025.

Overwegingen

1.De voorzieningenrechter nodigt verzoeker niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Verzoeker heeft namelijk het griffierecht niet betaald, waardoor de voorzieningenrechter de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de voorzieningenrechter dat verder uit.
2. Iemand die om een voorlopige voorziening vraagt moet griffierecht betalen. Dit staat in artikel 8:82, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). In dit geval is het griffierecht € 53,-.
3. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de voorzieningenrechter het verzoek niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom het griffierecht niet door de rechtbank is ontvangen. Het gaat dan om omstandigheden waar verzoeker niets aan kan doen.
4. De voorzieningenrechter heeft verzoeker op 11 juni 2025 een aangetekende brief gestuurd, waarin staat dat verzoeker het griffierecht binnen twee weken moeten betalen aan de rechtbank.
5. De voorzieningenrechter heeft het bedrag niet (op tijd) ontvangen. Verzoeker heeft daar geen geldige reden voor gegeven.
6. Het verzoek zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld en de voorzieningenrechter zal geen uitspraak over het verzoek doen. Het verzoek is kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van Pro de Awb).
7. Verzoeker krijgt geen gelijk en daarom ook geen vergoeding van de proceskosten.

Beslissing

De voorzieningenrechter verklaart het verzoek om een voorlopige voorziening
niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak gedaan door mr. A. Skerka voorzieningenrechter, in aanwezigheid van
mr. M. van Ettikhoven, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op
1 juli 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.