Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek.
2.Kern van de zaak
3.De beoordeling
- rente t/m datum dagvaarding
€
5,85
Rechtbank Midden-Nederland
Gedaagde had van 1 mei 2023 tot en met 2 november 2023 een zakelijke bedrijfsautoverzekering bij Achmea. Achmea vordert betaling van €129,22 aan premie over mei 2023, welke gedaagde betwistte maar onvoldoende onderbouwde. Het bankafschrift toonde betalingen vanaf juni 2023, niet voor mei.
De discussie over beëindiging van de verzekering en een schadeclaim wegens inbraakschade werd door de kantonrechter buiten beschouwing gelaten, omdat deze niet relevant was voor de premiebetaling over mei 2023. Vast stond dat de verzekeringsovereenkomst op 2 november 2023 door Achmea was beëindigd.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde de premie over mei 2023 verschuldigd is, evenals buitengerechtelijke incassokosten van €48,40 en wettelijke rente over de hoofdsom en incassokosten. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van proceskosten van €369,42. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van premie mei 2023, incassokosten, wettelijke rente en proceskosten.