Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties;
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
€ 1.192,72
4.De beslissing
woensdag 30 juli 2025en dat [gedaagde] op deze roldatum facturen in het geding moet brengen die hij met betrekking tot werkzaamheden in de periode van 1 juni 2020 tot en met 31 december 2021 aan zijn opdrachtgevers heeft gestuurd en ook eventuele andere stukken waaruit de arbeidsomvang van [eiser] in die periode kan blijken;
woensdag 27 augustus 2025, bij akte op deze stukken moet reageren; [eiser] moet zich op die roldatum ook uitlaten over de vraag of hij met betrekking tot de onder 4.1 en 4.2 genoemde bewijsopdrachten bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en/of door een ander bewijsmiddel;
bewijsstukkenwil overleggen, hij die stukken dan direct in het geding moet brengen;
getuigenwil laten horen, hij de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun gemachtigden in de maanden
oktober 2025 tot en met maart 2026dan direct moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald;
alle partijenuiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor
alle beschikbare bewijsstukkenaan de kantonrechter en de wederpartij moeten toesturen;