Eiseres verhuurde een bedrijfsruimte aan gedaagde, die een kapperszaak exploiteerde. Vanaf april 2024 ontstond een huurachterstand die opliep tot meer dan dertien maanden. Gedaagde betwistte deels de hoogte van de achterstand, maar zijn verweer werd verworpen.
De kantonrechter oordeelde dat de huurachterstand zodanig was dat ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming gerechtvaardigd waren. Financiële en persoonlijke omstandigheden van gedaagde vormden geen overmacht.
Daarnaast werd een contractuele boete toegewezen voor de maanden dat de huur niet tijdig werd voldaan, omdat deze boete direct opeisbaar was zonder aanmaning. De gevorderde wettelijke handelsrente en buitengerechtelijke incassokosten werden afgewezen.
Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, boete, gebruiksvergoeding voor verblijf na ontbinding en de proceskosten van eiseres. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en ontruiming moet binnen veertien dagen na betekening plaatsvinden.