ECLI:NL:RBMNE:2025:318
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen betaling huur en ontruiming bedrijfsruimte na beëindiging huurovereenkomst
Eiser verhuurde een bedrijfsruimte aan gedaagde met een huurovereenkomst van één jaar, die stilzwijgend jaarlijks werd verlengd. Eiser zegde de huurovereenkomst op 8 augustus 2022 op per 31 december 2022. Gedaagde ontruimde de ruimte slechts gedeeltelijk na afloop van de huurperiode. Eiser vorderde betaling van achterstallige huur vanaf januari 2023 en ontruiming van het gehuurde.
De kantonrechter oordeelde dat de huurovereenkomst per 1 januari 2023 was geëindigd, waardoor gedaagde geen huur meer verschuldigd was. Ook had eiser geen belang meer bij ontruiming, omdat hij zelf de resterende spullen had verwijderd en de ruimte weer kon verhuren. De vorderingen van eiser werden daarom afgewezen.
Gedaagde vorderde in reconventie schadevergoeding wegens verlies van eigendommen uit de bedrijfsruimte. Deze vordering werd afgewezen omdat gedaagde zijn schade onvoldoende had onderbouwd met bewijsstukken zoals aankoopbonnen of aangifte. Proceskosten werden door de kantonrechter begroot op nihil en partijen werden elk veroordeeld in de proceskosten van de wederpartij.
Uitkomst: Vorderingen tot betaling van huur en ontruiming worden afgewezen; schadevergoeding wegens verlies eigendommen wordt eveneens afgewezen.