Uitspraak
[verzoekster], uit [vestigingsplaats], verzoekster
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente De Ronde Venen,verweerder
Als derde-partij neemt aan de zaken deel: [A] uit [vestigingsplaats],
Inleiding
- door het maken van ligplaatsen voor vee op de plaats waar de opslagruimte was bedacht en
- door het niet aanbrengen van de dichte tussenwand tussen de ligplaatsen voor het vee en de staldeuren aan de zuidzijde,
is de deur aan de zuidzijde van het nieuwe staldeel een emissiepunt geworden dat op (ongeveer) 47 meter van de woning van derde partij ligt. Met verzoekster is afgesproken dat openingen tot 50 meter worden dichtgemaakt en dat de staldeuren aan de zuidzijde gesloten blijven, behoudens het doorlaten van voederwagens of personen.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ziet het verzoek van derde-partij om handhavend op te treden zowel op het bouwen in afwijking van de omgevingsvergunning, als op de overlast die hij ondervindt van de openstaande staldeuren. De rechtbank wijst er op dat in het handhavingsverzoek meerdere keren uitdrukkelijk de afstand van 50 meter op grond van milieuregelgeving wordt genoemd. In de reactie op het handhavingsverzoek van 13 juni 2024 noemt de OdrU ook zelf dat het handhavingsverzoek wordt toegewezen voor zover het ziet op het aspect milieu. Dat een ambtshalve handhavingstraject is begonnen, blijkt evenmin uit het feit dat de controle van de toezichthouder van de OdrU waarmee het handhavingstraject milieu is gestart, heeft plaatsgevonden op 19 maart 2024, dus na het handhavingsverzoek.
Uit vaste rechtspraak [3] van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) volgt dat een brief waarin een handhavingsverzoek (gedeeltelijk) wordt toegewezen op zichzelf geen besluit [4] is. De brief waarmee op een handhavingsverzoek wordt gereageerd en de brief waarmee een last onder dwangsom worden opgelegd zijn samen het volledige besluit op het handhavingsverzoek. In deze zaak heeft de OdrU de brief waarin op het handhavingsverzoek wordt gereageerd en de brief met de last onder dwangsom op verschillende data bekendgemaakt, te weten op 23 mei 2024 en op 13 juni 2024. Dit impliceert dat de brief met de reactie op het handhavingsverzoek en de brief met het opleggen van de last onder dwangsom aparte besluiten zijn, waarvoor na bekendmaking aparte bezwaartermijnen gaan lopen. Dit is niet in lijn met de hiervoor beschreven rechtspraak van de Afdeling en acht de voorzieningenrechter vanwege de aparte bezwaartermijnen die dan ontstaan ook onwenselijk. De voorzieningenrechter gaat daarom uit van de datum van 23 mei 2024 als datum van bekendmaking.
relevantehoeveelheid emissie uit de stal treedt. Daarvan is geen sprake als de staldeuren een maximum aantal keer per dag kortdurend open gaan. Om ervoor te zorgen dat de staldeuren niet langer open staan dan noodzakelijk heeft verzoekster een systeem op de staldeuren geïnstalleerd waardoor de deuren automatisch sluiten als mensen, dieren of materieel zijn gepasseerd. De staldeuren zullen volgens verzoekster 6 maal per dag gedurende 1 minuut en 34 seconden geheel of gedeeltelijk zijn geopend.
relevantehoeveelheid emissie. In de aangehaalde rechtspraak en onder de voorheen geldende Wet geurhinder veehouderijen was deze nuance nog niet aangebracht. Inmiddels is dus niet bij elke vorm van emissie meer sprake van een emissiepunt, aldus verzoekster. De voorzieningenrechter volgt verzoeker daarin echter niet en stelt vast dat de definitie van een emissiepunt niet is gewijzigd met de invoering van de Omgevingswet en het Bal. Zowel onder de Wet geurhinder veehouderijen en de bijbehorende Regeling geurhinder veehouderijen, als onder het Bal volgt dat sprake is van een emissiepunt bij het uittreden van ‘relevante hoeveelheden’ emissie. De hiervoor beschreven rechtspraak van de Afdeling kon door de OdrU dus ook bij de beoordeling van deze zaak worden betrokken. De beroepsgrond slaagt niet.