ECLI:NL:RBMNE:2025:3080
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen boete zorgverzekering wegens ontbreken spoedeisend belang
Verzoekster heeft een boete van €528,- opgelegd gekregen door het CAK en hiertegen bezwaar gemaakt. Zij verzocht om een voorlopige voorziening om de boete voorlopig te schorsen. De voorzieningenrechter beoordeelde het verzoek zonder zitting en oordeelde dat er geen spoedeisend belang aanwezig was om een voorlopige voorziening toe te kennen.
Verzoekster overhandigde een dwangbevel en een brief van een deurwaarder waaruit bleek dat de boete was verhoogd naar €624,81. De rechtbank vroeg om nadere onderbouwing van de financiële situatie, waaronder bankafschriften en aanmaningen, maar verzoekster reageerde niet binnen de gestelde termijn. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat sprake was van een onomkeerbare situatie zoals faillissement of acute financiële nood.
Daarnaast bleek dat het bezwaarschrift van verzoekster bij het CAK niet bekend was en niet in behandeling werd genomen. Het CAK besloot het bestreden besluit in te trekken. Gezien het ontbreken van spoedeisend belang en het intrekken van het besluit, wees de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de boete is afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.