ECLI:NL:RBMNE:2025:3002
Rechtbank Midden-Nederland
- Beslissing RC
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering opheffing schorsing voorlopige hechtenis wegens termijnoverschrijding
De verdachte was geschorst van voorlopige hechtenis onder voorwaarden, waaronder het niet plegen van strafbare feiten. De officier van justitie vorderde opheffing van deze schorsing nadat de verdachte zich niet aan deze voorwaarde zou hebben gehouden. De rechtbank oordeelde dat de vordering tijdig was ingediend, maar dat de beslissing niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van 48 uur na indiening was genomen.
De verdediging betoogde terecht dat de rechtbank niet tijdig had beslist, mede omdat de Algemene termijnenwet niet van toepassing is op termijnen in uren en er geen wettelijke verlenging mogelijk is. Hierdoor werd de vordering niet-ontvankelijk verklaard. De verdachte wordt hierdoor in vrijheid gesteld, maar de schorsingsvoorwaarden blijven van kracht.
De beslissing werd genomen in raadkamer op 23 juni 2025 door voorzitter K. de Meulder in aanwezigheid van griffier B. Schelling.
Uitkomst: De vordering tot opheffing van de schorsing van voorlopige hechtenis is niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beslistermijn, waardoor de verdachte in vrijheid wordt gesteld.