Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:3

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 januari 2025
Publicatiedatum
19 december 2024
Zaaknummer
11285072 \ UC EXPL 24-5848 VL/58599
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:74 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding extra gasverbruik na onderhoud cv-ketel wegens openstaande meetnippel

Op 14 juni 2024 heeft gedaagde onderhoud gepleegd aan de cv-ketel van eiser. Kort daarna constateerde eiser een verhoogd gasverbruik. Na onderzoek door eiser en een monteur van gedaagde bleek dat een meetnippel openstond, waardoor gas weglekte.

Eiser vordert vergoeding van de extra gaskosten van €74,30. Gedaagde betwist aansprakelijkheid en stelt dat de meetnippel ook opengetrild kan zijn. De kantonrechter oordeelt dat voldoende is komen vast te staan dat de monteur van gedaagde de meetnippel open heeft laten staan en dat het hogere gasverbruik daardoor is veroorzaakt.

De stelling van gedaagde dat de meetnippel uit zichzelf opengetrild zou kunnen zijn, wordt verworpen op grond van een verklaring van de leverancier dat dit normaal gesproken onmogelijk is. De vordering tot vergoeding van extra gasverbruik wordt toegewezen. De overige vorderingen van eiser voor tijdsinvestering worden afgewezen wegens gebrek aan juridische grondslag.

Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De kantonrechter benadrukt dat gedaagde geluk heeft gehad dat het lek snel werd ontdekt door het zorgvuldige handelen van eiser.

Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot vergoeding van €74,30 voor extra gasverbruik en betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11285072 \ UC EXPL 24-5848 VL/58599
Vonnis van 8 januari 2025
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
vertegenwoordigd door [A] .

1.De procedure

1.1.
[eiser] heeft [gedaagde] op 22 augustus 2024 gedagvaard voor de kantonrechter. [gedaagde] heeft op 30 augustus 2024 schriftelijk op de dagvaarding gereageerd waarna [eiser] op 10 november 2024 nog aanvullende producties heeft overgelegd.
1.2.
De mondelinge behandeling heeft op 4 december 2024 plaatsgevonden. [eiser] was aanwezig. Namens [gedaagde] was, ondanks een juiste oproeping, niemand aanwezig. [eiser] heeft antwoord gegeven op vragen van de kantonrechter. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van dat wat is besproken. Tenslotte heeft de kantonrechter bepaald dat vonnis zal worden gewezen.

2.De kern van de zaak

2.1.
Op 14 juni 2024 heeft [gedaagde] onderhoud gepleegd aan de cv-ketel van [eiser] . Hierna merkte [eiser] dat zijn gasverbruik omhoog was gegaan. Na het nodige onderzoek door [eiser] zelf heeft een monteur van [gedaagde] op 6 augustus 2024 geconstateerd dat gas weglekte doordat de meetnippel open stond. Volgens [eiser] komt dit omdat de monteur van [gedaagde] op 14 juni 2024 de meetnippel open heeft laten staan. [eiser] wil daarom dat [gedaagde] het extra gasverbruik (ter waarde van een bedrag van € 74,30) aan hem vergoedt. [gedaagde] wil niet betalen. Volgens haar heeft haar monteur goed werk geleverd en kan de meetnippel ook zijn opengetrild. De kantonrechter geeft [eiser] gelijk.

3.De beoordeling

[gedaagde] heeft de meetnippel na het onderhoud open laten staan
3.1.
De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat een monteur van [gedaagde] tijdens het onderhoud aan de cv ketel van [eiser] op 14 juni 2024 de meetnippel open heeft laten staan. Uit de door [eiser] overgelegde gegevens van zijn (slimme) gasmeter over de maand juni 2024 en van 6 augustus 2024 blijkt dat direct na het onderhoud door [gedaagde] , op 14 juni 2024 rond 15:00 uur, elk uur 0.05 m3 gas weglekte tot het moment dat de monteur van [gedaagde] op 6 augustus 2024 de meetnippel weer heeft dichtgedraaid. Vooral in de nacht is dit goed zichtbaar. In de nachten voor 14 juni 2024 was het gasverbruik ’s nachts 0 m3 per uur. In de nachten na 14 juni 2024 is er opeens een constant gasverbruik van 0.05 m3 per uur. Op 6 augustus 2024, nadat de meetnippel weer is dichtgedraaid, is het gasverbruik ’s nachts weer 0 m3 per uur.
3.2.
Tegenover dit goed onderbouwde verhaal van [eiser] heeft [gedaagde] niet genoeg ingebracht. Dat haar monteur op de checklist heeft aangevinkt dat de meetnippel zou zijn dichtgedraaid is niet genoeg, want deze checklist legt niet genoeg gewicht in de schaal en is tegenstrijdig met de gegevens die meneer [eiser] heeft toegestuurd. Ook de stelling van [gedaagde] dat de meetnippel uit zichzelf kan zijn opengetrild is niet genoeg. Niet alleen is de kantonrechter het met [eiser] eens dat het wel erg toevallig zou zijn als de meetnippel precies het uur na het onderhoud door [gedaagde] in één keer zou zijn opengetrild maar het is ook onwaarschijnlijk. [eiser] heeft namelijk een verklaring van de leverancier van de cv-ketel, Remeha, toegestuurd waarin staat dat het normaliter onmogelijk is dat een meetnippel opentrilt.
3.3.
Dat betekent dat [gedaagde] de afspraken uit de overeenkomst met [eiser] om onderhoud te plegen aan zijn cv-ketel niet goed is nagekomen. Onderdeel van deze overeenkomst is namelijk ook (impliciet) de afspraak dat de meetnippel na het onderhoud goed wordt dichtgedraaid. Op grond van de wet [1] moet [gedaagde] de schade die [eiser] heeft geleden doordat de afspraken niet goed zijn nagekomen aan [eiser] vergoeden.
[gedaagde] moet de extra gaskosten aan [eiser] vergoeden
3.4.
Dat het hogere gasverbruik het gevolg is van de openstaande meetnippel is naar het oordeel van de kantonrechter ook voldoende komen vast te staan. Uit de door [eiser] overgelegde producties – en met name de gegevens over het gasverbruik in de nacht – blijkt duidelijk dat in de periode dat de meetnippel heeft opengestaan elk uur een hoeveelheid van 0.05 m3 aan gas weglekte. De stelling van [gedaagde] dat het hogere gasverbruik ook andere oorzaken zou kunnen hebben, bijvoorbeeld doordat [eiser] voorgaande jaren in juli niet in de woning aanwezig zou zijn geweest, heeft zij niet onderbouwd en is naar het oordeel van de kantonrechter ook niet aannemelijk. [eiser] heeft dit ook ontkend.
3.5.
[eiser] heeft de hoeveelheid van het weggelekte gas en de kosten hiervan voldoende onderbouwd. [eiser] heeft [gedaagde] meermaals verzocht deze kosten aan hem te vergoeden, maar dit heeft [gedaagde] niet gedaan. Gezien de uitgebreide onderbouwing van [eiser] acht de kantonrechter het onbegrijpelijk dat [gedaagde] het bedrag van € 74,30 aan extra gasverbruik niet aan [eiser] heeft vergoed en in plaats daarvan het heeft laten aankomen op een rechtszaak waarbij zij vervolgens niet op de zitting verschijnt. De vordering om [gedaagde] te veroordelen tot vergoeding van het extra gasgebruik zal worden toegewezen. Daarbij merkt de kantonrechter op dat [gedaagde] geluk heeft gehad dat de kosten van het extra gasverbruik niet veel hoger liggen. Dankzij het zorgvuldige handelen van [eiser] , namelijk het maandelijks controleren van zijn gasverbruik, is het gaslek al na een paar weken ontdekt.
[gedaagde] hoeft geen vergoeding te betalen voor de geïnvesteerde tijd van [eiser]
3.6.
[eiser] vordert een bedrag van € 100,00 voor de tijd die hij heeft moeten investeren in het onderzoek naar de oorzaak van het hogere gasverbruik en een bedrag van € 100,00 voor de tijd die hij heeft moeten investeren in het schrijven van de dagvaarding. Hoewel de kantonrechter – zeker gelet op de houding van [gedaagde] – begrijpt dat [eiser] zijn tijd liever anders had besteed, bijvoorbeeld aan zijn vrijwilligerswerk, zullen deze vorderingen worden afgewezen omdat hiervoor geen juridische grondslag bestaat.
Warmtegroep moet de proceskosten betalen
3.7.
[gedaagde] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief eventuele betekeningskosten) betalen. Omdat [eiser] geen gemachtigde heeft en zelf op de mondelinge behandeling is verschenen, wordt een forfaitair bedrag aan reis-, verblijf- en verletkosten vastgesteld. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- dagvaarding € 139,42
- griffierecht € 87,00
- reis-, verblijf- en verletkosten
€ 50,00
Totaal € 276,42
Uitvoerbaar bij voorraad
3.8.
De kantonrechter zal de beslissing uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd. Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter:
4.1.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van € 74,30 aan [eiser] ;
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 276,42, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet [gedaagde] ook de kosten van betekening betalen;
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;
4.4.
wijst al het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. van de Lustgraaf en door mr. M.S. Koppert in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2025.

Voetnoten

1.Artikel 6:74 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW).