ECLI:NL:RBMNE:2025:2998
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tenuitvoerlegging voorwaardelijke gevangenisstraf wegens niet-naleving bijzondere voorwaarden
Veroordeelde was in 2022 veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier weken met een proeftijd van twee jaar en bijzondere voorwaarden, waaronder reclasseringstoezicht en behandeling. De officier van justitie verzocht in 2025 om tenuitvoerlegging van deze straf wegens overtreding van de voorwaarden, met name het niet meewerken aan behandeling en grensoverschrijdend gedrag richting reclasseringsmedewerkers.
Tijdens de zitting gaf de reclasseringswerker aan dat voortzetting van begeleiding niet mogelijk is vanwege het gedrag van veroordeelde en dat alleen een strakker klinisch kader mogelijk resultaat kan bieden. De verdediging betoogde dat veroordeelde sinds kort stabiel is en een eigen kamer heeft, en dat detentie dit perspectief zou ondermijnen.
De rechtbank oordeelde dat veroordeelde inderdaad de bijzondere voorwaarden heeft overtreden, maar dat tenuitvoerlegging van de straf waarschijnlijk niet zal leiden tot gedragsverandering en mogelijk recidive zal verhogen. Daarom wordt de vordering afgewezen en worden de bijzondere voorwaarden geheel opgeheven, waarbij de reclassering niet langer belast is met toezicht en begeleiding.
De rechtbank benadrukt dat dit een keuze tussen twee kwaden is, waarbij het voorkomen van herhaling het zwaarst weegt. De officier van justitie kan bij nieuwe strafbare feiten alsnog vervolging instellen en een ISD-maatregel overwegen. De beslissing werd uitgesproken door politierechter J.O. Zuurmond op 16 juni 2025.
Uitkomst: De vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke gevangenisstraf wordt afgewezen en de bijzondere voorwaarden worden geheel opgeheven.