Partijen sloten op 6 april 2023 een franchiseovereenkomst waarbij eiser een franchisevestiging in Tanger, Marokko zou openen onder de formule van gedaagde. Eiser betaalde een instapvergoeding van €21.250, maar stelde dat gedaagde niet aan haar wettelijke informatieverplichtingen had voldaan voorafgaand aan het sluiten van de overeenkomst. Hierdoor vernietigde eiser de overeenkomst en vorderde terugbetaling van het betaalde bedrag.
De rechtbank stelde vast dat gedaagde de standstill-periode, waarin zij verplicht was alle relevante informatie te verstrekken, had geschonden. Gedaagde had onder meer informatie over haar financiële positie en het handboek bewust achtergehouden. Dit vormde een tekortkoming die eiser het recht gaf de overeenkomst te vernietigen.
De vordering van eiser tot terugbetaling van de instapvergoeding werd toegewezen, inclusief wettelijke rente vanaf de dagvaarding. De vorderingen van gedaagde tot schadevergoeding werden afgewezen omdat ontbinding niet meer mogelijk was door de vernietiging met terugwerkende kracht. Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van beslagkosten en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.