Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.HET BEWIJS
- de bekennende verklaring van de verdachte op de zitting van 21 mei 2025;
- een proces-verbaal van het aantreffen van de ten laste gelegde goederen in de woning van de verdachte, doorgenummerde pagina 103 e.v.;
- een proces-verbaal van categorisering van het gaspistool en de munitie, pagina 1433 e.v.;
- een proces-verbaal van categorisering van de boksbeugel en het nagebootst gasdrukwapen, pagina 1033 e.v.;
- een proces-verbaal van bevindingen van de aangetroffen drugs, pagina 1039 e.v.;
- een geschrift, namelijk een rapport van technisch onderzoek, pagina 1045 e.v.
5.DE BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
7.STRAFBAARHEID VAN DE VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BENADEELDE PARTIJEN
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 57 van het Wetboek van Strafrecht;
- 13, 26 en 55 van de Wet wapens en munitie;
- 3 en 11 van de Opiumwet;
- 1, 2 en 6 van de Wet op de economische delicten;
- 10.15 van de Telecommunicatiewet;
11.BESLISSING
feit 1 en feit 2ten laste gelegde niet bewezen en
spreekt de verdachte daarvan vrij;
een gevangenisstraf van 58 dagen;
in mindering zal worden gebracht;
- verklaart [slachtoffer] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt;
- verklaart [A] niet-ontvankelijk in de vordering en bepaalt dat de vordering kan worden aangebracht bij de burgerlijke rechter;
- compenseert de proceskosten van de benadeelde partij en de verdachte, in die zin dat ieder haar eigen kosten draagt.
°van de Wet wapens en munitie, te weten