Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Raadkamernummer: 005656-25
op dit moment gedetineerd in [verblijfplaats] ,
1.Feiten
2.Procedure
3.Verzoek
4.Standpunt van het Openbaar Ministerie
5.Beoordeling
6.Beslissing
af.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Het Gerechtshof heeft in 2014 een ontnemingsmaatregel opgelegd aan verzoeker, die onherroepelijk is geworden. Het Openbaar Ministerie diende in 2024 een vordering tot gijzeling in wegens een openstaand bedrag van ruim €120.000. De rechtbank verleende toen een machtiging voor gijzeling.
Verzoeker diende in 2025 een verzoek in tot vermindering van het ontnemingsbedrag, stellende dat zijn financiële situatie ontoereikend is om het bedrag binnen de termijn te voldoen. Hij stelde dat hij een WAO-uitkering ontvangt, geen andere inkomsten heeft, en dat zijn zoon een deel kan betalen. Verzoeker overhandigde enkele bankafschriften ter zitting.
Het Openbaar Ministerie betoogde dat verzoeker onvoldoende betalingsonmacht heeft aangetoond en dat zijn financiële situatie niet wezenlijk is veranderd. Ook stelde het OM dat verzoeker geen volledig inzicht gaf in zijn financiën en dat hij een levensstijl voert die niet strookt met zijn beweringen.
De rechtbank oordeelde dat verzoeker onvoldoende stukken heeft overgelegd om zijn financiële situatie en betalingsonmacht aannemelijk te maken. Belangrijke documenten zoals belastingaangiften, volledige bankafschriften, informatie over beslaglegging en WAO-uitkering ontbraken grotendeels. Ook kon verzoeker niet verklaren waarom zijn WAO-uitkering werd doorgestort naar een derde.
Daarom wees de rechtbank het verzoek af en gaf zij verzoeker het advies om bij een toekomstig verzoek volledige en onderbouwde financiële informatie te overleggen.
Uitkomst: Het verzoek tot vermindering van het ontnemingsbedrag wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van betalingsonmacht.