Eiseres heeft beroep ingesteld omdat verweerder niet tijdig heeft beslist op haar bezwaar tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Het bezwaarschrift werd ontvangen op 17 juni 2024, waarna verweerder de beslistermijn met zes weken verlengde. De wettelijke beslistermijn werd overschreden, en na ingebrekestelling op 2 december 2024 stelde eiseres op 16 januari 2025 beroep in.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is ondanks dat het technisch gezien te vroeg was ingediend, omdat verweerder nog steeds geen besluit heeft genomen. De rechtbank sluit zich aan bij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak die een nadere beslistermijn van zestig weken na het verstrijken van de wettelijke termijn realistisch acht in dergelijke zaken.
Verweerder wordt opgedragen uiterlijk 17 december 2025 een besluit te nemen. Voor elke dag dat verweerder deze termijn overschrijdt, moet hij een dwangsom van €100 betalen, met een maximum van €15.000. Tevens moet verweerder het betaalde griffierecht van €53 aan eiseres vergoeden. De rechtbank wijst verzoeken af om verweerder te verplichten het dossier te verstrekken, omdat dit geen besluit in de zin van de Awb betreft.