De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige geboren in 2018. De minderjarige verblijft momenteel in een pleeggezin en de moeder heeft het ouderlijk gezag. De kinderrechter heeft eerder de ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing vastgesteld en verlengd.
Tijdens de zitting op 23 mei 2025, waarbij de moeder met tolk aanwezig was, werd het advies besproken van het 2thepoint-traject dat de minderjarige stapsgewijs weer bij de moeder kan worden geplaatst. De moeder heeft hard aan zichzelf gewerkt en de hulpverlening adviseert een geleidelijke terugplaatsing. De moeder onderhoudt goed contact met de pleegmoeder en de minderjarige verblijft al regelmatig bij haar.
De kinderrechter oordeelt dat de wettelijke criteria voor verlenging van de ondertoezichtstelling en machtiging tot uithuisplaatsing zijn vervuld. De betrokkenheid van de GI blijft noodzakelijk om de terugplaatsing en eventuele hulpverlening goed te begeleiden. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat de verlenging direct ingaat. Tegen deze beschikking is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.