Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op haar aanvraag van 8 februari 2021 tot herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn door verweerder is overschreden, waarbij verweerder op 14 april 2022 in gebreke is gesteld en het beroep op 27 maart 2025 is ingediend.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een redelijke termijn een besluit moet nemen, waarbij een bijzondere termijn geldt van twaalf weken na het verweerschrift voor een schriftelijke vooraankondiging en vervolgens twee weken na ontvangst van een zienswijze voor het definitieve besluit. De uiterste datum voor de vooraankondiging is vastgesteld op 27 juni 2025.
Daarnaast is een dwangsom van € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,- opgelegd voor overschrijding van deze termijnen, waarbij verweerder reeds een dwangsom van € 1.442,- heeft vastgesteld. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 453,50 en het betaalde griffierecht van € 53,- aan eiseres.
De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen de gestelde termijnen alsnog een besluit te nemen. Partijen worden niet uitgenodigd voor een zitting omdat dit niet noodzakelijk wordt geacht.