Gedaagde verhuurt sinds 2014 kantoorruimte aan eiseres. De huurovereenkomst was verlengd tot 31 januari 2024. Eiseres wilde opzeggen tegen deze einddatum, maar deed dit enkele dagen te laat. Gedaagde stelde dat de overeenkomst daardoor automatisch met vijf jaar werd verlengd.
De kantonrechter oordeelde dat het onaanvaardbaar is dat gedaagde zich op de opzegtermijn beroept, omdat het gehuurde sinds 2019 leegstaat, gedaagde daarvan op de hoogte was, en de termijnoverschrijding gering was. Ook vond de rechter dat de vormvoorschriften voor opzegging niet aan de geldigheid in de weg stonden.
Hierdoor verklaarde de kantonrechter dat de huurovereenkomst per 31 januari 2024 is geëindigd. Eiseres kreeg daarnaast een bedrag van €54.433,97 aan te veel betaalde huur en servicekosten toegewezen. De vorderingen van gedaagde tot betaling van achterstallige huur en boetes werden afgewezen omdat deze uitgingen van een verlenging die niet heeft plaatsgevonden.
De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van de kosten en wettelijke rente en wees het meer of anders gevorderde af.