ECLI:NL:RBMNE:2025:2695

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
5 juni 2025
Publicatiedatum
3 juni 2025
Zaaknummer
C/16/590270 / FO RK 25-305
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 RvArt. 10:105 BWArt. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 1:230 lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptieverzoek na kunstmatige interrelationele eiceldonatie

Verzoekster en belanghebbende zijn gehuwd en hebben samen het ouderlijk gezag over hun in 2025 geboren dochter, die is verwekt via kunstmatige interrelationele eiceldonatie waarbij eicellen van verzoekster buitenbaarmoederlijk zijn bevrucht en het embryo bij belanghebbende is geplaatst.

Verzoekster vraagt adoptie van de minderjarige, met instemming van belanghebbende. De rechtbank beoordeelt de bevoegdheid en toepasselijkheid van Nederlands recht, gelet op de woonplaats van partijen en de nationaliteit van de minderjarige.

De rechtbank concludeert dat aan de wettelijke voorwaarden voor adoptie is voldaan, dat de adoptie in het belang van de minderjarige is, en dat de adoptie terugwerkt tot het moment van geboorte. Tevens wordt de geslachtsnaam vastgesteld zoals door partijen gewenst.

De beschikking is in het openbaar uitgesproken door kinderrechter E.A.A. van Kalveen op 5 juni 2025. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank wijst het adoptieverzoek toe en spreekt de adoptie uit met terugwerkende kracht tot de geboorte.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/590270 / FO RK 25-305
adoptie
Beschikking van 5 juni 2025
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende in [woonplaats] , gemeente Haarlemmermeer,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,
met als belanghebbende
[belanghebbende],
wonende in [woonplaats] , gemeente Haarlemmermeer,
hierna te noemen: [belanghebbende] .

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, ingediend op 16 maart 2025;
  • de brief van 27 maart 2025 van de Raad voor de Kinderbescherming;
  • het F-formulier van 3 april 2025 van verzoekster, met bijlage.
1.2.
Verzoekster en [belanghebbende] willen geen verwijzing naar de bevoegde rechtbank.

2.Waar de procedure over gaat

2.1.
Verzoekster is op 10 september 2024 in Heemstede getrouwd met [belanghebbende] .
2.2.
Tijdens dit huwelijk is geboren:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] .
2.3.
[belanghebbende] is bevallen van [minderjarige] . Zij is daarom juridische moeder van [minderjarige] . De zwangerschap is tot stand gekomen door middel van kunstmatige interrelationele eiceldonatie. Eicellen van verzoekster zijn buitenbaarmoederlijk bevrucht en vervolgens is een embryo bij [belanghebbende] geplaatst. De donor is onbekend.
2.4.
Verzoekster en [belanghebbende] hebben het ouderlijk gezag over [minderjarige] . Dit betekent dat zij samen de belangrijke beslissingen over [minderjarige] mogen nemen.
2.5.
Verzoekster wil [minderjarige] adopteren. [belanghebbende] staat achter dit verzoek.
2.6.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft geen aanleiding gezien om onderzoek te doen.

3.De beoordeling

Bevoegdheid rechtbank en toepasselijk recht
3.1.
Verzoekster heeft de Spaanse nationaliteit. Daarom moet de rechtbank eerst beoordelen of de Nederlandse rechter wel bevoegd is om te beslissen op het verzoek. Ook moet de rechtbank beoordelen van welk land de rechtsregels worden toegepast.
3.2.
De Nederlandse rechter is op grond van artikel 3 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) bevoegd om kennis te nemen van het verzoek, omdat verzoekster, [belanghebbende] en [minderjarige] hun woonplaats in Nederland hebben.
3.3.
Op grond van artikel 10:105 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) is Nederlands recht van toepassing op het verzoek tot adoptie. Volgens lid 2 van dit artikel moet de biologische moeder van de minderjarige toestemming verlenen voor adoptie volgens het recht waarvan de minderjarige de nationaliteit heeft. Dit is ook Nederlands recht.
Adoptie
3.4.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van [minderjarige] door verzoekster uitspreken. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.5.
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank is van oordeel dat hieraan is voldaan.
3.6.
Volgens de rechtbank is de adoptie in het belang van [minderjarige] , want zij wordt door verzoekster en [belanghebbende] samen verzorgd en opgevoed.
Ook heeft verzoekster de vereiste verklaringen overgelegd, te weten:
  • de verklaring van 4 november 2024 van de heer [A] , MSc, namens de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting, waaruit blijkt dat de zwangerschap van [belanghebbende] tot stand is gekomen door kunstmatige donorbevruchting;
  • de verklaring van 7 januari 2025 van [belanghebbende] , waaruit blijkt dat zij instemt met de adoptie.
Ingangsdatum
3.7.
De adoptie werkt terug tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige] , omdat de adoptie voor de geboorte van [minderjarige] is verzocht. [1]
Geslachtsnaam
3.8.
Verzoekster en [belanghebbende] hebben voor [minderjarige] de geslachtsnaam
[geslachtsnaam]gekozen. De rechtbank zal deze naamskeuze in de beslissing opnemen. [2]

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het vrouwelijke geslacht:
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2025 in [geboorteplaats] ,
door:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum] 1990 in [geboorteplaats] , België;
4.2.
bepaalt dat de adoptie terugwerkt tot het tijdstip van de geboorte van [minderjarige] ;
4.3.
stelt vast dat verzoekster en [belanghebbende] hebben verklaard dat [minderjarige] de geslachtsnaam
[geslachtsnaam]zal dragen na de adoptie, zodat zij blijft heten:
[minderjarige].
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. E.A.A. van Kalveen, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 5 juni 2025.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING SECRETARIS!
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR HANDTEKENING RECHTER!
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
!NIET VERWIJDEREN, PLAATS VOOR STEMPELS!

Voetnoten

1.Artikel 1:230 lid 2 BW Pro
2.Artikel 1:5 lid 3 BW Pro