Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:2537

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
22 mei 2025
Publicatiedatum
23 mei 2025
Zaaknummer
593579 HA RK 25-92
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 512 SvArt. 4 lid 2 onder d wrakingsprotocol rechtbank
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wrakingsverzoek tegen het CJIB en rechter na einduitspraak

Op 8 mei 2025 diende verzoeker een wrakingsverzoek in in een strafzaak waarbij mr. D. Verduijn de behandelend rechter was. Verzoeker wilde het CJIB wraken, maar het CJIB is geen rechter en kan daarom niet worden gewraakt. Daarnaast was er al een einduitspraak gedaan tijdens de zitting op 8 mei 2025, waardoor een wrakingsverzoek tegen de rechter te laat werd ingediend.

De wrakingskamer heeft het verzoek niet op zitting behandeld omdat het verzoeker niet-ontvankelijk is verklaard. Dit betekent dat er geen inhoudelijke beoordeling van het wrakingsverzoek heeft plaatsgevonden. De wrakingskamer baseerde haar oordeel op artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering en het wrakingsprotocol van de rechtbank.

De beslissing is genomen door de wrakingskamer van de Rechtbank Midden-Nederland op 22 mei 2025. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open. De griffier is opgedragen de beslissing aan alle betrokken partijen te sturen.

Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard omdat het CJIB niet kan worden gewraakt en het verzoek tegen de rechter te laat was na einduitspraak.

Uitspraak

Beslissing
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
WRAKINGSKAMER
Locatie: Utrecht
Zaaknummer: 593579 HA RK 25-92
Beslissing van de meervoudige kamer voor de behandeling van wrakingszaken van 22 mei 2025
op het verzoek in de zin van artikel 512 van Pro het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) van:
[verzoeker] ,
wonende in [woonplaats] ,
(hierna: verzoeker).

1.De procedure

1.1.
Verzoeker heeft op 8 mei 2025 een wrakingsverzoek ingediend in de zaak met het zaaknummer AM VERZ 25-2102 11607708 (hierna: de hoofdzaak). In de hoofdzaak was mr. D. Verduijn de behandelend rechter. Op 16 mei 2025 heeft verzoeker een e-mail gestuurd aan de griffier van de rechtbank. De griffier heeft deze e-mail doorgestuurd aan de wrakingskamer.
1.2.
Het wrakingsverzoek is niet op zitting behandeld omdat meteen duidelijk was dat verzoeker niet-ontvankelijk is in zijn verzoek.
1.3.
De uitspraak van de wrakingskamer is bepaald op vandaag.

2.Het wrakingsverzoek

2.1.
Op 8 mei 2025 heeft in de hoofdzaak een zitting plaatsgevonden. Tijdens de zitting heeft de rechter mondeling einduitspraak gedaan. Daarna heeft verzoeker gezegd dat hij het CJIB wilde wraken. Op 16 mei 2025 heeft verzoeker een mail gestuurd aan de griffier van de rechtbank. In deze mail verwijst verzoeker naar
“Wracking verzoek m.b.t. CJIB DOSSIERS. 8. MEI 2025. Zitting rechtbank Utrecht”.

3.De beoordeling

3.1.
In artikel 512 Sv Pro staat dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van de verdachte of het openbaar ministerie kan worden gewraakt op grond van feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden.
3.2.
De wrakingskamer onderzoekt in een wrakingsprocedure dus of de onpartijdigheid van de rechter schade lijdt.
3.3.
De wrakingskamer oordeelt dat verzoeker het CJIB niet kan wraken, want alleen een rechter kan worden gewraakt. Het CJIB is geen rechter.
3.4.
Op grond van artikel 4 lid 2 onder Pro d van het wrakingsprotocol van deze rechtbank kan een wrakingsverzoek worden ingediend totdat in de hoofdzaak einduitspraak is of wordt gedaan.
3.5.
Voor zover het de bedoeling van verzoeker was om de rechter te wraken, oordeelt de wrakingskamer dat verzoeker daarmee te laat is. De rechter had namelijk al einduitspraak gedaan toen verzoeker op 8 mei 2025 zei dat hij wilde wraken. En zijn e-mail van 16 mei 2025 is dus ook te laat.
3.6.
De conclusie is dat verzoeker niet-ontvankelijk is in het wrakingsverzoek. Dit betekent dat de wrakingskamer geen inhoudelijk oordeel gaat geven over het verzoek.

4.De beslissing

De wrakingskamer:
4.1.
verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn wrakingsverzoek;
4.2.
draagt de griffier van de wrakingskamer op deze beslissing toe te sturen aan verzoeker, de rechter, andere betrokken partijen, de teamvoorzitter van het team waarin de rechter werkt en de president van deze rechtbank;
Deze beslissing is genomen door mr. J.G. Nicholson, voorzitter, en mr. J.P. Killian en mr. L.C. Michon als leden van de wrakingskamer, bijgestaan door mr. E.M. Schutte, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 22 mei 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.