ECLI:NL:RBMNE:2025:238
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep en verzoek voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkheid bezwaar omgevingsvergunning natuurlijke vijver
Verzoekers hebben een verzoek tot heroverweging ingediend tegen onherroepelijke omgevingsvergunningen voor de aanleg van een natuurlijke vijver op de Brink in Laren. Het college heeft dit verzoek afgewezen en het bezwaar van verzoekers niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen belanghebbenden zijn.
De voorzieningenrechter heeft beoordeeld of het college terecht het bezwaar niet-ontvankelijk heeft verklaard. Daarbij is overwogen dat belanghebbenden degenen zijn die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervinden van het besluit. Gelet op de afstand van respectievelijk 1.600 en 600 meter tot de vijver, het ontbreken van zicht op de locatie en het ontbreken van andere feitelijke gevolgen, is geen belanghebbendheid vastgesteld.
Een door verzoeker ingebrachte economische belang vanuit mede-eigendom van een winkelpand op minder dan 100 meter is niet meegenomen, omdat dit niet in het verzoek of bezwaar was genoemd en economisch belang geen criterium is voor belanghebbendheid. De voorzieningenrechter concludeert dat het college het bezwaar terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
Omdat het beroep ongegrond is verklaard, is er geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. Verzoekers krijgen geen griffierecht terug en ook geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door de voorzieningenrechter op 5 februari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkheid van het bezwaar is ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.