Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 19 mei 2025 in de zaak tussen
Sportvereniging Kampong Hockey, eiseres
Inleiding
Het geschil
Wat is het standpunt van eiseres (samengevat)?
Wat is het standpunt van verweerder (samengevat)?
Beoordeling door de rechtbank
Een zorgvuldige beoordeling van een aanvraag voor NOW-subsidie brengt met zich mee dat de regeling gevolgd wordt maar dat ook de bedoeling van de regeling een rol kan spelen. Indien een werkgever van mening is in principe recht te hebben op de NOW-subsidie, maar de regeling niet geheel aansluit bij de situatie van de werkgever kan bezwaar worden aangetekend. In dat geval kan nader worden bekeken of binnen de NOW-regeling en de bedoeling van de regeling maatwerk geleverd kan worden.” [4]
Als de werkgever kan aantonen door middel van objectief verifieerbare gegevens uit de loonadministratie dat de loonkosten in de referentiemaand niet representatief waren, doordat er sprake was van het uitbetalen van bonussen, overuren, etc. dan kan UWV deze gelden uit de loonsom filteren. UWV kon dit binnen het vaststellingsproces al eerder voor de uitbetaling van vakantiegeld en een dertiende maand. Ondertussen kan UWV dit in bezwaar ook voor incidentele componenten zoals de uitbetaling van vakantiedagen en overuren of gratificaties en bonussen. Door deze componenten in bezwaar zoveel mogelijk uit de loonsom te filteren wordt getracht onterechte vertekeningen in de loonsom van de werkgever met gevolgen voor de hoogte van de NOW-subsidie zoveel mogelijk tegen te gaan.” [5] .
ingehouden, vanwege (door de werknemers geïnitieerde) vrijwillige eenmalige loonoffers. Het is zeer goed denkbaar dat dit geen situatie is waar de minister bij het opstellen van zijn uitgangspunten aan heeft gedacht, terwijl dit evenzeer een onterechte vertekening in de loonsom kan veroorzaken. De minister heeft ook niet betwist dat de referentieloonsom niet representatief is door die loonoffers en dus een vertekend beeld geeft van de werkelijke loonsom. Dat betekent dat het betrekken van de incidentele loonoffers aansluit bij eiseres’ werkelijke loonkosten (in de periode april, mei en juni 2021) en daarmee bij de bedoeling van deze regeling. De rechtbank is niet met de minister eens dat eiseres zich had moeten afvragen of zij er goed aan deed om mee te gaan in de vrijwillige loonoffers en dat de inhoudingen in strijd zouden kunnen zijn met de NOW-regeling. In juni 2020 was de NOW-3 subsidie nog niet aangekondigd [6] terwijl voor de NOW-2 en NOW-1 juni niet de referentiemaand was. [7] Zij kon op dat moment dus ook niet incalculeren dat er een subsidieregeling zou worden getroffen voor de maanden 1 april 2021 tot en met 30 juni 2021, waarbij juni 2020 als referentie voor het loon zou dienen. Daarnaast heeft de administratieve verwerking langer geduurd dan verwacht waardoor de inhoudingen niet meer in mei 2020 konden worden verwerkt, maar pas in juni 2020. Het grote gevolg daarvan voor de hoogte van de subsidie kon eiseres ook niet voorzien. De rechtbank vindt niet dat dat in dit geval voor rekening en risico van eiseres moet blijven.