De rechtbank Midden-Nederland behandelde het verzet van opposant tegen de uitspraak van 11 oktober 2023, waarin de rechtbank zich onbevoegd had verklaard om kennis te nemen van het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Het geschil betrof een verzoek van opposant om inzage in alle dossierstukken die ten grondslag lagen aan besluiten uit 2008, waarbij hij zich beroept op de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG).
De rechtbank oordeelde dat het verzoek onvoldoende was gespecificeerd en te algemeen geformuleerd, waardoor het niet kon worden aangemerkt als een AVG-verzoek in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hierdoor kon geen beroep worden ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Opposant was het hier niet mee eens en stelde dat zijn verzoek adequaat was omschreven.
Na beoordeling concludeerde de rechtbank dat het verzoek inderdaad te algemeen was en een citaat uit een gedingstuk betrof, waardoor het niet concreet en gericht genoeg was om als AVG-verzoek te gelden. De rechtbank handhaafde daarom haar eerdere oordeel en verklaarde het verzet ongegrond. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.