Verzoekster had bezwaar gemaakt tegen de lichte toets compensatie kinderopvangtoeslag, waarop verweerder niet tijdig had beslist. Nadat verweerder alsnog een besluit nam, trok verzoekster haar beroep in en vroeg zij vergoeding van proceskosten.
De rechtbank beoordeelde het verzoek zonder zitting en stelde vast dat verweerder bereid was de proceskosten te vergoeden, maar met een lagere wegingsfactor dan gebruikelijk. De rechtbank besloot de vergoeding toe te kennen met een wegingsfactor van 0,5, wat resulteerde in een bedrag van €453,50.
Daarnaast werd verweerder verplicht het betaalde griffierecht van €51,- te vergoeden aan verzoekster. De uitspraak werd gedaan door rechter M. Eversteijn en griffier E.J.H.C. Hui op 15 april 2025.