ECLI:NL:RBMNE:2025:2119

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
25 februari 2025
Publicatiedatum
1 mei 2025
Zaaknummer
588414
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:265c lid 2 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige met terugplaatsing in zicht

De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige, die sinds november 2024 bij zijn groottante verblijft. De moeder heeft het ouderlijk gezag en werkt goed mee aan de voorwaarden voor terugplaatsing.

De kinderrechter heeft op 25 februari 2025 de machtiging verlengd tot 1 juli 2025, korter dan door de GI gevraagd, omdat het belang van het kind en de moeder vereist dat de terugplaatsing zo snel mogelijk plaatsvindt. Het traject Samen Sterker Vooruit van Youké is ingezet om een veilige terugkeer te waarborgen.

Er is een duidelijke omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige vastgesteld, waarbij de vader de omgang zelf regelt en nakomt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat deze direct geldt, ook bij hoger beroep.

De beslissing is genomen met het oog op een rustige thuissituatie voor het kind voor het nieuwe schooljaar, waarbij de zomervakantie als overgangsperiode wordt benut. De moeder voldoet grotendeels aan de gestelde voorwaarden, en de GI zet naar verwachting vaart achter het terugplaatsingstraject.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige wordt verlengd tot 1 juli 2025 met het oog op een zorgvuldige terugplaatsing naar de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/588414 / JE RK 25-200
Datum uitspraak: 25 februari 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden-Nederland, de GI,
gevestigd in Utrecht,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] .
In deze zaak zijn belanghebbenden:
[de moeder], de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. J.M. Buchel,
[de vader], de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. B.M.E. Drykoningen.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 6 februari 2025;
  • het bericht van de vader van 25 februari 2025.
1.2.
De zitting met gesloten deuren was op 25 februari 2025. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder met haar advocaat;
  • de vader;
  • [A] van de GI.
1.3.
Aan het eind van de zitting heeft de kinderrechter mondeling uitspraak gedaan. Dit is de schriftelijke uitwerking van de beslissing.

2.De feiten

2.1.
De moeder heeft het ouderlijk gezag over [minderjarige] .
2.2.
[minderjarige] verblijft bij zijn groottante (vaderszijde) sinds 18 november 2024.
2.3.
[minderjarige] en de vader hebben één keer per week omgang met elkaar. [minderjarige] en de moeder hebben twee keer per week een videobelmoment en één keer per week begeleide omgang met elkaar.
2.4.
In de beschikking van 20 september 2024 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI tot 20 september 2025.
2.5.
In de beschikking van 18 november 2024 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om [minderjarige] uit huis te plaatsen. De machtiging is daarna verlengd tot 16 maart 2025.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een pleeggezin te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling, dus tot 20 september 2025, en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.

4.De standpunten

4.1.
De moeder is het niet eens met het verzoek van de GI.
4.2.
De vader is het eens met het verzoek van de GI. Hij vindt dat [minderjarige] bij de ouders moet opgroeien, maar alleen als dat veilig is voor [minderjarige] .

5.De beoordeling

De beslissing
5.1.
De kinderrechter verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] tot 1 juli 2025. De kinderrechter legt hierna uit waarom zij deze beslissing neemt
.
De uitleg
De machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] is nu nog noodzakelijk voor zijn verzorging en opvoeding. [1]
5.2.
De GI heeft op de zitting gezegd dat het de bedoeling is dat [minderjarige] weer bij de moeder gaat wonen. Maar door alles wat er is gebeurd (heftige incidenten met [minderjarige] ), moet dit wel voorzichtig gebeuren. Daarom is het traject Samen Sterker Vooruit van Youké ingezet. De GI heeft op de zitting verteld dat dit traject twee tot drie maanden duurt. De netwerkscreening bij de groottante van [minderjarige] is nu afgerond en de verwachting is daarom dat het traject nu ongeveer zal starten. Wanneer de kinderrechter rekening houdt met een vertraging van één maand, moet de terugplaatsing dus mogelijk zijn voor 1 juli 2025. Op die manier heeft [minderjarige] in de zomervakantie de tijd heeft om te wennen bij de moeder thuis, zodat hij na de zomervakantie vanuit een rustige situatie kan beginnen aan het nieuwe schooljaar.
5.3.
De kinderrechter ziet geen reden om de terugplaatsing van [minderjarige] langer uit te stellen. Op de zitting zijn de voorwaarden voor een terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder besproken. Hieruit volgt dat de moeder goed meewerkt mee en grotendeels voldoet aan de gestelde voorwaarden. Dat betekent dat het in het belang is van zowel [minderjarige] als de moeder dat zijn terugplaatsing bij de moeder zo snel mogelijk gaat plaatsvinden. Het afwachten van het traject bij Youké kan niet de reden zijn om [minderjarige] langer uit huis te plaatsen. Als aan de voorwaarden voor terugplaatsing van [minderjarige] bij de moeder is voldaan, verwacht de kinderrechter dat Youké vaart zet achter het traject Samen Sterker Vooruit.
5.4.
Op de zitting is verder besproken dat de GI de omgang tussen de moeder en [minderjarige] de komende tijd gaat uitbreiden. Dat is noodzakelijk met het oog op de thuisplaatsing. Op de zitting heeft de GI verder verteld dat zij een duidelijke omgangsregeling heeft uitgewerkt voor de omgang tussen de vader en [minderjarige] . Met de vader is op de zitting (nogmaals) besproken dat zolang [minderjarige] bij de groottante verblijft, de vader hem daar zal ophalen en weer zal terugbrengen. Verder is besproken dat de vader de omgangsregeling moet nakomen. Hij heeft deze (uitbreiding van) omgangsregeling immers zelf gevraagd bij het gerechtshof, dus de kinderrechter gaat er van uit dat hij deze dan ook na kan komen en zelf geregeld heeft dat dit ook met zijn werk past.
Uitvoerbaar bij voorraad
5.5.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat betekent dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een netwerkpleeggezin tot 1 juli 2025;
6.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 25 februari 2025 door mr. R.M. Maliepaard, kinderrechter, in aanwezigheid van J.V. Verduijn als griffier, en op schrift gesteld op 6 maart 2025.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
  • door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Arnhem-Leeuwarden.

Voetnoten

1.Artikel 1:265c lid 2 Burgerlijk Wetboek.