ECLI:NL:RBMNE:2025:2080
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling WOZ-waarde vrijstaand herenhuis in Utrecht
In deze bestuursrechtelijke zaak staat de vastgestelde WOZ-waarde van een vrijstaand herenhuis in Utrecht ter discussie. De waarde was aanvankelijk vastgesteld op €494.000, verlaagd naar €464.000 na bezwaar. Eiser betwist deze waarde en stelt een lagere waarde van €348.000 voor.
De rechtbank heeft de zaak behandeld op basis van een taxatiematrix die verweerder heeft overgelegd, waarin de woning wordt vergeleken met vier referentiewoningen in de omgeving. De rechtbank oordeelt dat de referentiewoningen voldoende vergelijkbaar zijn en dat de verschillen in ligging, gebruiksoppervlakte en onderhoudstoestand adequaat zijn meegenomen.
Eiser heeft diverse beroepsgronden ingebracht, waaronder de slechte onderhoudstoestand, het ontbreken van een achtertuin en de verschillen met specifieke referentiewoningen. Deze gronden zijn door de rechtbank gemotiveerd verworpen, mede omdat verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat hiermee rekening is gehouden in de waardering.
De rechtbank concludeert dat de WOZ-waarde van €464.000 niet te hoog is vastgesteld en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling of griffierechtvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €464.000 wordt ongegrond verklaard.