Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder op haar aanvraag van 10 oktober 2023 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade. De rechtbank stelt vast dat de beslistermijn is overschreden en dat het beroep tijdig is ingediend na ingebrekestelling.
De rechtbank bepaalt dat verweerder alsnog binnen een termijn van twaalf weken na het verweerschrift, uiterlijk 3 juni 2025, een besluit moet nemen. Omdat de aanvraag aanvullende compensatie betreft waarop geen vooraankondiging verplicht is, geldt een kortere beslistermijn dan bij reguliere compensatieaanvragen.
De rechtbank legt een dwangsom op van €50,- per dag met een maximum van €15.000,- en stelt de reeds verstreken termijn van 42 dagen vast, waardoor de dwangsom €1.442,- bedraagt. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseres en het griffierecht.
De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en uitgesproken op 23 april 2025.