ECLI:NL:RBMNE:2025:1942

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
21 februari 2025
Publicatiedatum
24 april 2025
Zaaknummer
UTR 23/2620
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:6 Awb
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken recente machtiging in belastingzaak

Eiser heeft beroep ingesteld tegen een uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar inzake een belastingaanslag. Het beroep is door een gemachtigde, Bartels, namens eiser ingediend zonder een geldige, recente machtiging.

De rechtbank heeft Bartels meerdere malen in de gelegenheid gesteld om een machtiging te overleggen die niet ouder is dan één jaar, maar deze is niet tijdig of correct aangeleverd. De overgelegde volmacht was van een andere persoon dan eiser.

Gezien het ontbreken van een toereikende machtiging en het feit dat Bartels voldoende gelegenheid heeft gehad om dit te herstellen, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk. Een inhoudelijke beoordeling van het beroep vindt daardoor niet plaats.

Daarnaast verzoekt Bartels om vergoeding van immateriële schade wegens overschrijding van de redelijke termijn. De rechtbank wijst dit verzoek af omdat niet is vastgesteld dat eiser de procedure wilde starten of schade heeft geleden.

De uitspraak is gedaan door rechter J. Wolbrink en griffier S. Ayyildiz op 21 februari 2025 te Utrecht.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
Zaaknummer: UTR 23/2620

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 februari 2025 in de zaak tussen

mr. D.A.N. Bartels veronderstellenderwijs handelend namens, [eiser]te [woonplaats] , eiser,
en
de heffingsambtenaar van de Belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht,verweerder
(gemachtigde: mr. K.L. Vos).

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiser heeft ingediend op 2 juni 2023 tegen de uitspraak op bezwaar van verweerder van 24 mei 2023.
De zitting heeft middels een MSTeams verbinding plaatsgevonden op 27 januari 2024. Bartels en de gemachtigde van de heffingsambtenaar zijn verschenen.

Overwegingen

1. Het beroep is veronderstellenderwijs door Bartels ingesteld namens [eiser] . Bij het beroepschrift is geen machtiging meegestuurd. In artikel 6:6 van Pro de Algemene wet bestuursrecht staat dat een beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard als het beroep niet voldoet aan de wettelijke vereisten. Voordat het beroep niet-ontvankelijk wordt verklaard moet de indiener van het beroep wel in de gelegenheid zijn gesteld om het verzuim te herstellen.
2. De rechtbank heeft Bartels, bij brief van 20 juni 2023, 19 februari 2024 en 22 maart 2024, in de gelegenheid gesteld om uiterlijk binnen vier weken een toereikende machtiging in te dienen waaruit blijkt dat hij gemachtigd is om namens eiser beroep in te stellen en in beroep op te treden. In deze brief staat dat als Bartels niet (tijdig) aan dit verzoek voldoet of uitstel vraagt, de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk kan verklaren. In reactie hierop heeft Bartels bij brief van 21 juni 2023, een volmacht aan de rechtbank gestuurd. Deze volmacht is ondertekend door [eiser] op 10 mei 2022. Op 19 februari 2024 heeft de rechtbank Bartels nogmaals in de gelegenheid gesteld om een machtiging toe te sturen die niet ouder is dan één jaar. Hierop heeft Bartels niet gereageerd. Vervolgens heeft de rechtbank op 22 maart 2024 weer verzocht om een machtiging niet ouder dan één jaar.
Op 9 april 2024 heeft de rechtbank een machtiging ontvangen van [A] . Deze machtiging is niet juist.
3. De rechtbank kan aan de hand van de overgelegde machtiging niet vaststellen dat Bartels bevoegd is om namens [eiser] beroep in te stellen. Ter zitting heeft Bartels naar voren gebracht dat de rechtbank zaken door elkaar heen haalt. Vervolgens gaf Bartels aan dat de machtiging van deze zaak in een ander dossier zou moeten zitten. Als laatste gaf Bartels aan dat het bezwaarschrift ongegrond is verklaard en de machtiging daarom wel tussen de b-stukken zou moeten zitten.
4. In de aangeleverde gedingstukken van verweerder is er geen machtiging van [eiser] aanwezig. De rechtbank heeft Bartels drie keer gevraagd om een toereikende machtiging op te sturen. De rechtbank is van oordeel dat Bartels genoeg tijd heeft gehad om binnen de gestelde termijn het verzuim te herstellen. De door Bartels overgelegde machtiging is van een ander persoon dan [eiser] . Dat betekent dat er in deze beroepsprocedure geen toereikende machtiging is overgelegd, terwijl Bartels wel in de gelegenheid is gesteld om dat verzuim te herstellen. De rechtbank komt dus niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep.
5. Het beroep is niet-ontvankelijk.
De overschrijding van de redelijke termijn
6. Bartels heeft verzocht om vergoeding van immateriële schade, omdat de procedure over de belastingaanslag onredelijk lang heeft geduurd. Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank niet heeft kunnen vaststellen dat [eiser] beroep wenste in te stellen en een procedure wilde starten. Om die reden kan ook niet worden vastgesteld dat [eiser] immateriële schade heeft geleden in de vorm van spanning en frustratie. De rechtbank wijst het verzoek om schadevergoeding daarom af.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J Wolbrink, rechter, in aanwezigheid van S. Ayyildiz, griffier. De beslissing is uitgesproken op 21 februari 2025
.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een beroepschrift. U moet dit beroepschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven.