De zaak betreft een verzoek van de gecertificeerde instelling Samen Veilig Midden-Nederland tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige en machtiging tot uithuisplaatsing bij de vader. De ouders hebben gezamenlijk het gezag, maar de minderjarige woont bij de moeder. Er zijn langdurige en ernstige zorgen over de emotionele beschikbaarheid van de moeder en haar onvoldoende betrokkenheid bij de opvoeding en schoolontwikkeling van het kind.
De moeder is het niet eens met de verzoeken en vindt dat de minderjarige zelf het contact met de vader kan vormgeven en dat hij thuishoort bij haar. De vader stemt in met de verzoeken en benadrukt het belang van een stabiele opvoedsituatie. De kinderrechter heeft op basis van de stukken, zitting en een gesprek met de minderjarige geoordeeld dat verlenging van de ondertoezichtstelling noodzakelijk is vanwege de bedreiging van de ontwikkeling van het kind.
De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verleend omdat de vader naar verwachting de benodigde structuur en opvoeding kan bieden, terwijl de moeder niet in staat is aan de behoeften van de minderjarige te voldoen. De beslissing gaat in op 3 mei 2025, met een begeleidingsperiode. De beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en schriftelijk toegelicht aan de minderjarige, waarbij zijn wensen zijn meegewogen maar niet gevolgd vanwege het belang van zijn verzorging en opvoeding.