Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
[A] ,
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele procedure staat de vraag centraal of er bij de bevalling van [verweerster] een medische fout is gemaakt die heeft geleid tot schade bij haar zoon [A (voornaam)]. [Verzoekster], het ziekenhuis, wordt aansprakelijk gesteld, maar betwist dit. Ter bepaling van de rechtspositie verzoekt zij een voorlopig deskundigenbericht.
De rechtbank wijst het verzoek toe en benoemt prof. dr. J.G. Nijhuis als deskundige. Partijen zijn het eens over de eerste drie vragen aan de deskundige, maar verschillen van mening over aanvullende vragen en de benoeming van de deskundige. Uiteindelijk wordt besloten de deskundige te benoemen die door beide partijen geschikt wordt geacht.
Het deskundigenonderzoek zal zich richten op het verloop van de bevalling, de professionele standaard, en de vraag of anders had moeten worden gehandeld om de schouderdystocie te voorkomen. Ook is een blokkeringsrecht voor [verweerster] opgenomen. De kosten van het onderzoek worden voorlopig vastgesteld en komen voor rekening van [verzoekster].
Partijen zijn verplicht mee te werken aan het onderzoek. De deskundige moet het concept- en definitief rapport eerst aan [verweerster] toezenden, waarna het rapport aan de rechtbank en [verzoekster] wordt verstrekt, tenzij het blokkeringsrecht wordt uitgeoefend. De beschikking is op 2 april 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Verzoek tot voorlopig deskundigenbericht toegewezen en prof. dr. J.G. Nijhuis benoemd als deskundige.