Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van 30 november 2024,
- de akte van de zijde van [gedaagde] van 28 februari 2025.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres en gedaagde sloten een operational leaseovereenkomst voor een Audi Q4 E-tron voor 60 maanden. Gedaagde betaalde niet alle leasetermijnen, waarna eiseres de overeenkomst voortijdig beëindigde en betaling van achterstallige leasetermijnen, verkeersboetes en een opzegvergoeding vorderde.
Gedaagde erkende de achterstallige leasetermijnen, maar betwistte de verkeersboetes en wilde slechts gedeeltelijk de opzegvergoeding betalen, stellende dat deze onredelijk hoog was omdat de auto opnieuw was uitgegeven. De kantonrechter oordeelde dat gedaagde de verkeersboetes niet hoefde te betalen omdat deze reeds voldaan waren, maar wel de achterstallige leasetermijnen en de opzegvergoeding verschuldigd was.
De opzegvergoeding werd gematigd tot 60% van de resterende leasetermijnen, ondanks dat de overeenkomst volledige betaling voorschreef. Gedaagde's verweren tegen de hoogte van de vergoeding en haar stelling dat er een lagere eindafrekening was afgesproken, werden verworpen wegens onvoldoende onderbouwing.
Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van contractuele rente, buitengerechtelijke incassokosten, beslagkosten en proceskosten. De vorderingen in reconventie van gedaagde werden afgewezen wegens niet-ontvankelijkheid of gegrondheid. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde is veroordeeld tot betaling van achterstallige leasetermijnen, opzegvergoeding, rente, incassokosten, beslagkosten en proceskosten, terwijl de verkeersboetes zijn afgewezen.