Uitspraak
1.De procedure
- de dagvaarding van 17 februari 2025, met bijlagen;
- het antwoord, met bijlagen.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser is sinds oktober 2022 in dienst als injecteerder bij gedaagde en meldde zich in januari 2024 ziek vanwege handklachten. De bedrijfsarts stelde vast dat eiser zijn eigen werk niet kon doen, maar wel vervangende werkzaamheden kon verrichten. Gedaagde stopte echter per 5 september 2024 de loonbetaling omdat zij vond dat eiser passende arbeid weigerde. Eiser vorderde daarop doorbetaling van loon.
De kantonrechter oordeelde dat gedaagde het loon niet mocht stopzetten omdat niet vaststond dat eiser zonder goede reden passende arbeid weigerde. Het advies van de bedrijfsarts en het arbeidsdeskundig rapport wezen uit dat de aangeboden administratieve werkzaamheden niet passend waren en dat een arbeidsdeskundige hierover uitsluitsel moest geven. Pas vanaf 3 december 2024, nadat eiser niet was gaan werken ondanks een oproep om als derde man passende werkzaamheden te verrichten, verviel het recht op loon.
De kantonrechter veroordeelde gedaagde tot betaling van loon over de periode 5 september tot 3 december 2024, vermeerderd met wettelijke verhoging en rente. Tevens werd gedaagde veroordeeld tot afgifte van salarisspecificaties en werd het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De proceskosten werden gecompenseerd.
Uitkomst: Gedaagde moet loon betalen van 5 september tot 3 december 2024 met wettelijke verhoging en rente, en salarisspecificaties verstrekken.