Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag van 3 mei 2022 om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft de beslistermijn overschreden en is op 7 november 2023 in gebreke gesteld. Eiseres heeft vervolgens op 26 juli 2024 beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat verweerder nog geen besluit heeft genomen en bepaalt dat verweerder dit alsnog moet doen binnen twee weken na verzending van deze uitspraak. Er is sprake van een bijzonder geval waarin de wettelijke beslistermijn te kort is. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin een nadere beslistermijn van twaalf weken na het verweerschrift is vastgesteld, met een minimale termijn van zes weken na de uitspraak voor het doen van een schriftelijke vooraankondiging.
Verweerder heeft op 23 mei 2024 een vooraankondiging gedaan. Aangezien meer dan zes weken zijn verstreken, moet verweerder binnen twee weken na deze uitspraak een besluit nemen. Voor het niet naleven van deze termijnen is een dwangsom van € 50,- per dag met een maximum van € 15.000,- vastgesteld. Daarnaast wordt verweerder veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres en het griffierecht.