Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
2.De kern van de zaak
3.De voorgeschiedenis van de zaak
4.De beoordeling
€ 178,00
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een verzoek van een organisatie om de arbeidsovereenkomst met haar statutair bestuurder te ontbinden, nadat deze statutair bestuurder was ontslagen. De bestuurder had zich ziekgemeld en de bedrijfsarts stelde vast dat hij arbeidsongeschikt was. De organisatie beriep zich op andere ontbindingsgronden dan de ziekte, waaronder verwijtbaar handelen en een verstoorde arbeidsverhouding.
De rechtbank oordeelde dat het opzegverbod tijdens ziekte van toepassing is en dat de ontbindingsgronden onvoldoende waren onderbouwd of verband hielden met de ziekte. De h-grond werd afgewezen omdat onvoldoende was aangetoond dat de arbeidsovereenkomst inhoudsloos was geworden. De e- en g-gronden werden afgewezen omdat het verwijtbare handelen en de verstoorde arbeidsverhouding verband hielden met de ziekteperiode.
Mediation had niet tot een oplossing geleid en de interim bestuurder was benoemd. De rechtbank veroordeelde de verzoekende partij tot betaling van de proceskosten. Het voorwaardelijk tegenverzoek van de bestuurder hoefde niet te worden behandeld omdat het ontbindingsverzoek werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen vanwege het opzegverbod tijdens ziekte en onvoldoende onderbouwing van de ontbindingsgronden.