ECLI:NL:RBMNE:2025:1621
Rechtbank Midden-Nederland
- Mondelinge uitspraak
- Rechtspraak.nl
Terugvordering te veel betaalde declaraties door zzp’er wegens niet-gewerkte uren
De zaak betreft een geschil tussen een opdrachtgever en een zzp’er die via een arbeidsbemiddelingsplatform cliënten begeleidde. De opdrachtgever stelt dat de zzp’er in de periode maart tot en met oktober 2023 onterecht uren en reiskosten heeft gedeclareerd en betaald gekregen, en vordert terugbetaling van €10.532,70. De zzp’er erkent een deel van de vordering, maar betwist het resterende bedrag.
De kantonrechter oordeelt dat de zzp’er €5.841,12 moet terugbetalen. Dit bedrag bestaat uit het door de zzp’er erkende deel van €4.641,12 en een aanvullend bedrag van €1.200,00 wegens declaraties voor standby-diensten die vanaf juni 2023 niet meer mochten worden gedeclareerd. Over de maanden april en mei 2023 hoeft de zzp’er niets terug te betalen omdat onvoldoende is gebleken dat de opdrachtgever tijdig de diensten had afgemeld.
De kantonrechter benadrukt dat het online platform een belangrijk uitgangspunt vormt voor de declaraties, en dat het de verantwoordelijkheid is van de opdrachtgever om wijzigingen duidelijk te communiceren. De wettelijke rente wordt toegewezen vanaf 20 april 2024, de datum waarop de zzp’er in verzuim was gesteld. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij elke partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De kantonrechter veroordeelt de zzp’er tot terugbetaling van €5.841,12 met wettelijke rente vanaf 20 april 2024.