Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met twee producties
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald
2.De kern
3.De beoordeling
- salaris gemachtigde € 543,00 (1 punt x € 543,00)
- nakosten
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres vordert dat gedaagde wordt veroordeeld tot het afleggen van een gerechtelijke verklaring en betaling van het bedrag waarvoor derdenbeslag is gelegd. Gedaagde heeft echter na dagvaarding alsnog een verklaring afgelegd, waarmee hij aan de vordering voldeed. Eiseres betwist de juistheid van deze verklaring pas ruim na de wettelijke termijn van twee maanden, waardoor haar bevoegdheid tot betwisting is vervallen.
De kantonrechter oordeelt dat de bezwaren van eiseres tegen de verklaring moeten worden opgevat als een betwisting in de zin van artikel 477a lid 2 Rv. Omdat deze betwisting niet tijdig is ingesteld, kan de rechter niet inhoudelijk op de verklaring ingaan. De vorderingen tot betaling en afgifte van gelden worden daarom afgewezen.
Beide partijen worden veroordeeld tot betaling van een deel van de proceskosten, waarbij gedaagde de kosten draagt die verband houden met het late afleggen van de verklaring en eiseres de kosten van de mondelinge behandeling, die nodeloos zijn gemaakt. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor de proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Vordering afgewezen wegens overschrijding betwistingsperiode, partijen dragen ieder een deel van de proceskosten.