Uitspraak
De zaak wordt behandeld door mr. V.E.J.A. Boots, kantonrechter, en mr. L.H.J. van Haarlem als griffier.
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een vordering van eiser tegen gedaagde tot terugbetaling van bedragen die eiser tijdens de affectieve relatie tussen gedaagde en eiser jr. heeft voorgeschoten. Eiser heeft €2.650,00 uitgeleend en €900,00 betaald voor de reparatie van een gezamenlijke auto. Gedaagde erkent een terugbetalingsverplichting van de helft van de reparatiekosten, maar betwist de volledige terugbetaling van de lening.
De kantonrechter oordeelt dat de lening van €2.650,00 door zowel gedaagde als eiser jr. is aangegaan en dat gedaagde daarom de helft daarvan moet terugbetalen. De hogere vordering van eiser (€6.300,00) wordt niet onderbouwd geacht. De kantonrechter wijst de vordering tot terugbetaling van €1.775,00 toe, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 15 maart 2024.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de aanmaning werd verstuurd voordat de vordering opeisbaar was. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Gedaagde moet €1.775,00 plus wettelijke rente terugbetalen, incassokosten worden afgewezen en proceskosten gecompenseerd.