Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de producties van [gedaagde] ;
- de pleitnota van [eiseres] ;
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres vordert dat gedaagde de woning verlaat omdat zij de enige contractuele huurder is, en daarnaast een voorschot op schadevergoeding en een contact- en locatieverbod. Gedaagde betwist dat hij geen medehuurder is. De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang voor de vorderingen over het gebruik van de woning en het voorschot op schadevergoeding, maar niet voor het contact- en locatieverbod.
De voorzieningenrechter stelt vast dat de huurovereenkomst alleen op naam van eiseres staat, maar dat gedaagde omstandigheden heeft aangevoerd die wijzen op medehuurderschap, zoals medeondertekening van een voorlopige aanvraag en SEPA-machtiging. Hierdoor kan niet met zekerheid worden vastgesteld dat gedaagde geen medehuurder is, zodat ontruiming in kort geding niet kan worden bevolen.
De vordering tot het uitsluitend gebruik van de woning wordt afgewezen omdat het belang van gedaagde om te blijven zwaarder weegt gezien zijn financiële situatie en gebrek aan alternatieve woonruimte. Het voorschot op schadevergoeding wordt deels toegewezen: gedaagde moet de huur- en servicekosten vergoeden mits bewijs wordt geleverd, maar andere kosten zoals televisieabonnement en verblijf bij de zus van eiseres worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing.
Eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten van €1.150,00. Het vonnis is gewezen door rechter V.E.J.A. Boots en op 28 maart 2025 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vordering tot ontruiming en contact- en locatieverbod af en kent slechts gedeeltelijk een voorschot op schadevergoeding toe.