Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:1373

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
3 april 2025
Publicatiedatum
27 maart 2025
Zaaknummer
C/16/582377 / FO RK 24-1247
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:227 BWArt. 1:228 BWArt. 1:230 lid 2 BWArt. 1:229 lid 4 BWArt. 1:5 lid 3 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing adoptieverzoek en gezamenlijk ouderlijk gezag na kunstmatige inseminatie

Verzoekster en haar partner, die samenwonen, hebben een kind gekregen via kunstmatige inseminatie met een onbekende donor. De partner heeft het ouderlijk gezag over het kind. Verzoekster wil het kind adopteren en de partner staat hierachter. De Raad voor de Kinderbescherming zag geen reden tot onderzoek.

De rechtbank toetst het adoptieverzoek aan de artikelen 1:227 en 1:228 BW en concludeert dat aan de voorwaarden is voldaan. De adoptie is in het belang van het kind omdat het door verzoekster en de partner samen wordt verzorgd en opgevoed. De adoptie werkt terug tot de geboorte.

Verzoekster en de partner hebben samen een geslachtsnaam voor het kind gekozen. Tevens kent de rechtbank verzoekster samen met de partner het ouderlijk gezag toe, ook voor de periode tot de beschikking in kracht van gewijsde is gegaan, omdat zij het kind samen opvoeden en verzorgen.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en er is een mogelijkheid tot hoger beroep binnen drie maanden na uitspraak.

Uitkomst: De rechtbank wijst het adoptieverzoek toe, kent gezamenlijk ouderlijk gezag toe en stelt de geslachtsnaam vast.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familierecht
locatie Utrecht
zaaknummer: C/16/582377 / FO RK 24-1247
adoptie
Beschikking van 3 april 2025
in de zaak van:
[verzoekster],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: verzoekster,
advocaat mr. K.S.M. Smienk,
met als belanghebbende
[belanghebbende],
wonende in [woonplaats] ,
hierna te noemen: [achternaam van belanghebbende] .

1.De procedure

1.1.
De rechtbank heeft de volgende stukken ontvangen:
  • het verzoekschrift, met bijlagen, ingediend op 11 oktober 2024;
  • de brief van 22 oktober 2024 van de Raad voor de Kinderbescherming;
  • het F-formulier van 25 februari 2025 van verzoekster, met bijlage.
1.2.
Verzoekster en [achternaam van belanghebbende] willen geen verwijzing naar de bevoegde rechtbank.

2.Waar de procedure over gaat

2.1.
Verzoekster en [achternaam van belanghebbende] hebben een relatie met elkaar en wonen samen.
2.2.
Tijdens deze relatie is geboren:
[eerste voornaam van minderjarige] [tweede voornaam van minderjarige] [achternaam van belanghebbende], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] .
2.3.
[achternaam van belanghebbende] is bevallen van [eerste voornaam van minderjarige] . De zwangerschap is tot stand gekomen door middel van kunstmatige inseminatie. De donor is onbekend.
2.4.
[achternaam van belanghebbende] heeft het ouderlijk gezag over [eerste voornaam van minderjarige] . Dit betekent dat zij de belangrijke beslissingen over [eerste voornaam van minderjarige] mag nemen.
2.5.
Verzoekster wil [eerste voornaam van minderjarige] adopteren. [achternaam van belanghebbende] staat achter dit verzoek.
2.6.
De Raad voor de Kinderbescherming heeft geen aanleiding gezien om onderzoek te doen.

3.De beoordeling

Adoptie
3.1.
De rechtbank zal het verzoek toewijzen en de adoptie van [eerste voornaam van minderjarige] door verzoekster uitspreken. Hierna legt de rechtbank uit waarom zij deze beslissing neemt.
3.2.
Het verzoek tot adoptie moet worden getoetst aan de voorwaarden die zijn opgenomen in de artikelen 1:227 en 1:228 van het Burgerlijk Wetboek (BW). De rechtbank is van oordeel dat hieraan is voldaan.
3.3.
Volgens de rechtbank is de adoptie in het belang van [eerste voornaam van minderjarige] , want zij wordt door verzoekster en [achternaam van belanghebbende] samen verzorgd en opgevoed.
Ook heeft verzoekster de vereiste verklaringen overgelegd, te weten:
  • de verklaring van 26 september 2024 van de heer [A] , MSc, namens de Stichting donorgegevens kunstmatige bevruchting, waaruit blijkt dat de zwangerschap van [achternaam van belanghebbende] tot stand is gekomen door kunstmatige donorbevruchting;
  • de verklaring van 3 september 2024 van [achternaam van belanghebbende] , waaruit blijkt dat zij instemt met de adoptie.
Ingangsdatum
3.4.
De adoptie werkt terug tot het tijdstip van de geboorte van [eerste voornaam van minderjarige] , omdat de adoptie voor de geboorte van [eerste voornaam van minderjarige] is verzocht. [1]
Geslachtsnaam
3.5.
Verzoekster en [achternaam van belanghebbende] hebben voor [eerste voornaam van minderjarige] de geslachtsnaam
[achterenaam van verzoekster]gekozen. De rechtbank zal deze naamskeuze in de beslissing opnemen. [2]
Gezag
3.6.
Verzoekster en [achternaam van belanghebbende] zullen na de adoptie samen het ouderlijk gezag over [eerste voornaam van minderjarige] uitoefenen. [3] Zij hebben verzocht om hen ook samen te belasten met het ouderlijk gezag over [eerste voornaam van minderjarige] voor de periode tot aan het in kracht van gewijsde gaan van deze beschikking.
3.7.
De rechtbank vindt het in het belang van [eerste voornaam van minderjarige] dat verzoekster, die vanaf de geboorte van [eerste voornaam van minderjarige] samen met [achternaam van belanghebbende] de verzorging en opvoeding van [eerste voornaam van minderjarige] voor haar rekening neemt, ook zeggenschap over [eerste voornaam van minderjarige] heeft. De juridische situatie wordt hiermee in overeenstemming gebracht met de in de praktijk bestaande situatie, waarbij [achternaam van belanghebbende] alle beslissingen over [eerste voornaam van minderjarige] samen met verzoekster neemt.
De rechtbank zal verzoekster daarom op grond van artikel 1:253t BW nu al samen met [achternaam van belanghebbende] met het gezag over [eerste voornaam van minderjarige] belasten.

4.De beslissing

De rechtbank:
4.1.
spreekt uit de adoptie van de minderjarige van het vrouwelijke geslacht:
[eerste voornaam van minderjarige] [tweede voornaam van minderjarige] [achternaam van belanghebbende], geboren op [geboortedatum 1] 2025 in [geboorteplaats 1] ,
door:
[verzoekster], geboren op [geboortedatum 2] 1984 in [geboorteplaats 2] ;
4.2.
bepaalt dat de adoptie terugwerkt tot het tijdstip van de geboorte van [eerste voornaam van minderjarige] ;
4.3.
stelt vast dat verzoekster en [achternaam van belanghebbende] hebben verklaard dat [eerste voornaam van minderjarige] de geslachtsnaam
[achterenaam van verzoekster]zal dragen na de adoptie, zodat zij zal heten:
[eerste voornaam van minderjarige] [tweede voornaam van minderjarige];
4.4.
belast verzoekster en [achternaam van belanghebbende] samen met het gezag over [eerste voornaam van minderjarige] ;
4.5.
verklaart deze beschikking onder 4.4. uitvoerbaar bij voorraad.
Dit is de beslissing van de rechtbank, genomen door mr. M.C. Oostendorp, (kinder)rechter, in samenwerking met mr. A. Verouden, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 3 april 2025.
Tegen deze beschikking kan - voor zover er definitief is beslist - door tussenkomst van een advocaat hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. De verzoekende partij en verschenen belanghebbenden dienen het hoger beroep binnen de termijn van drie maanden na de dag van de uitspraak in te stellen. Andere belanghebbenden dienen het beroep in te stellen binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.

Voetnoten

1.Artikel 1:230 lid 2 BW Pro
2.Artikel 1:5 lid 3 BW Pro
3.Artikel 1:229 lid 4 BW Pro