Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBMNE:2025:1352

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
26 maart 2025
Publicatiedatum
27 maart 2025
Zaaknummer
11449616
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 15 Verdrag van Lugano 2007Art. 16 Verdrag van Lugano 2007Art. 14 lid 2 Verordening (EG) 593/2008 (Rome I)Art. 7:26 lid 2 Burgerlijk WetboekArt. 150 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering betaling kleding wegens onvoldoende bewijs levering

Alektum Capital AG vordert betaling van €81,97 plus rente en kosten van gedaagde, stellende dat gedaagde kleding heeft besteld bij Zalando en de factuur onbetaald heeft gelaten. Alektum heeft de vordering gecedeerd gekregen van Zalando. Gedaagde betwist de bestelling en ontvangst van kleding.

De kantonrechter beoordeelt dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van het Verdrag van Lugano 2007 en dat Nederlands recht van toepassing is volgens de Rome I-Verordening. Alektum heeft onvoldoende bewijs geleverd dat de kleding daadwerkelijk is geleverd; er is geen track&trace of ander bewijs van aflevering overgelegd.

Alektum is niet verschenen bij de mondelinge behandeling en heeft geen nadere onderbouwing gegeven. Gedaagde heeft haar betwisting gehandhaafd. Hierdoor is niet komen vast te staan dat er een overeenkomst is nagekomen. De vordering wordt afgewezen, inclusief rente en kosten. Alektum wordt veroordeeld tot betaling van proceskosten aan gedaagde, begroot op €100. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De vordering tot betaling wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs van levering; Alektum moet proceskosten betalen.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11449616 \ UC EXPL 24-8422
Vonnis van 26 maart 2025
in de zaak van
ALEKTUM CAPITAL AG,
gevestigd te Zug (Zwitserland),
eisende partij,
hierna te noemen: Alektum,
gemachtigde: E.A.P. van Lith,
tegen
[gedaagde],
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- het proces-verbaal van de civiele rolzitting van 18 december 2024, aan te merken als de conclusie van antwoord,
- de brief van Alektum van 7 februari 2025.
1.2.
Op 3 maart 2025 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij was [gedaagde] aanwezig. Namens Alektum was er niemand aanwezig. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.3.
Ten slotte heeft de kantonrechter bepaald dat het vonnis vandaag wordt uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
Alektum vordert betaling van € 81,97 plus rente en kosten. Zij stelt dat [gedaagde] voor dit bedrag kleding heeft besteld bij Zalando en de daaropvolgende factuur onbetaald heeft gelaten. Alektum heeft de vordering gecedeerd gekregen van Zalando en eist nu nakoming van de verplichting uit de overeenkomst door [gedaagde] . [gedaagde] betwist dat zij kleding heeft besteld en ontvangen. Zij vindt daarom dat zij niets hoeft te betalen. De kantonrechter geeft [gedaagde] gelijk. De kantonrechter legt dit hierna uit.

3.De beoordeling

De Nederlandse kantonrechter is bevoegd en moet Nederlands recht toepassen
3.1.
Omdat Alektum is gevestigd in Zwitserland en [gedaagde] in Nederland woont, heeft deze zaak een internationaal karakter. Dit houdt in dat de kantonrechter ambtshalve de vraag moet beantwoorden of de Nederlandse rechter bevoegd is om deze zaak te behandelen. Nederland en Zwitserland zijn beide partij bij het Verdrag van Lugano 2007. Omdat [gedaagde] een consument is en in Nederland woont, is op grond van dit verdrag de Nederlandse rechter bevoegd. [1]
3.2.
Verder moet beoordeeld worden welk recht van toepassing is. Alektum heeft door middel van cessie een vordering uit hoofde van een consumentenovereenkomst (tussen Zalando en [gedaagde] ) overgedragen gekregen. Voor zover de gecedeerde vordering al een internationaal karakter heeft, geldt dat de betrekking tussen Alektum en [gedaagde] wordt beheerst door het recht dat op de gecedeerde vordering van toepassing is. [2] [gedaagde] heeft ten opzichte van Zalando als consument gehandeld. Daarom is op grond van artikel 6 lid 1 Rome Pro I-Verordening Nederlands recht van toepassing.
Alektum heeft onvoldoende onderbouwd dat er is geleverd
3.3.
De kantonrechter oordeelt dat niet vast kan komen te staan dat Zalando kleding heeft geleverd aan [gedaagde] . [gedaagde] heeft betwist dat zij een overeenkomst met Zalando is aangegaan en dat zij kleding van Zalando heeft ontvangen.
3.4.
De kantonrechter overweegt dat op grond van de wet de koopsom moet worden betaald ten tijde van de aflevering. [3] [gedaagde] heeft ook betwist dat zij de door Alektum gestelde bestelling van Zalando ontvangen heeft. Daarmee betwist [gedaagde] de opeisbaarheid van de koopsom.
3.5.
Alektum draagt de bewijslast van haar stelling dat de – gestelde – bestelling door of namens [gedaagde] is ontvangen. [4] Gezien de gemotiveerde betwisting daarvan door [gedaagde] , had het op de weg van Alektum gelegen om haar stelling nader te onderbouwen. Alektum heeft bij de dagvaarding geen bewijs van aflevering overgelegd, bijvoorbeeld in de vorm track&trace informatie. Namens haar is er niemand verschenen op de mondelinge behandeling van 3 maart 2025. Ook in de brief van 7 februari 2025 heeft Alektum aangegeven niet te zullen verschijnen en geen nadere onderbouwing van de vordering te kunnen overleggen.
3.6.
Door niet te verschijnen heeft Alektum aan de kantonrechter de mogelijkheid onthouden om van haar inlichtingen in te winnen met betrekking tot haar vordering. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] wel nogmaals gezegd dat zij geen kleding van Zalando heeft ontvangen. Gezien deze betwisting en het feit dat Alektum haar stelling niet verder heeft onderbouwd, is niet komen vast te staan dat er kleding aan [gedaagde] geleverd is. De vordering van Alektum zal daarom worden afgewezen. Gelet hierop hoeft de kantonrechter niet meer in te gaan op de vraag of [gedaagde] wel of geen kleding heeft besteld.
3.7.
Omdat de gevorderde hoofdsom wordt afgewezen, zullen de daarmee samenhangende vergoeding van de buitengerechtelijke kosten en rente ook worden afgewezen.
3.8.
Nu de vordering van Alektum zal worden afgewezen, is een (ambtshalve) toetsing van de (pre)contractuele informatieverplichtingen van Alektum niet meer aan de orde.
Alektum moet de proceskosten betalen
3.9.
De proceskosten komen voor rekening van Alektum, omdat zij ongelijk krijgt. [gedaagde] heeft zich niet laten bijstaan door een professioneel gemachtigde en zij heeft niet gemotiveerd gesteld dat sprak is geweest van kosten waarvoor de wet een vergoeding toekent. [gedaagde] is wel verschenen bij de rolzitting van 18 december 2024 en de mondelinge behandeling van 3 maart 2025. Het is aannemelijk dat [gedaagde] hiervoor kosten heeft gemaakt (verletkosten). Deze kosten worden door de kantonrechter begroot op € 50,00 per zitting, in totaal € 100,00, en zullen door Alektum betaald moeten worden. De nakosten worden toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3.10.
De kantonrechter zal het vonnis uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Dat betekent dat deze beslissing moet worden gevolgd, ook als een van de partijen hoger beroept instelt tegen de beslising. De beslissing geldt in dat geval tot het gerechtshof een andere beslissing neemt.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
wijst de vorderingen van Alektum af,
4.2.
veroordeelt Alektum in de proceskosten van € 100,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Alektum niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Alektum ook de kosten van betekening betalen,
4.3.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.G. Nicholson en in het openbaar uitgesproken op 26 maart 2025.
62938

Voetnoten

1.Zie artikel 15 en Pro 16 van het Verdrag van Lugano 2007.
2.Dit volgt uit artikel 14 lid 2 Verordening Pro (EG) 593/2008 (Rome I).
3.Zie artikel 7:26 lid 2 Burgerlijk Pro Wetboek.
4.Zie artikel 150 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering.