ECLI:NL:RBMNE:2025:1302
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen vastgestelde WOZ-waarde van woning in Utrecht
Eiser betwist de door verweerder vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning in Utrecht, welke is vastgesteld op €1.764.000,- per waardepeildatum 1 januari 2022. Eiser stelt een lagere waarde van €1.500.000,- voor en voert aan dat de staat van onderhoud en voorzieningen slechter zijn dan gehanteerd, en dat de grondwaarde te hoog is vastgesteld.
Verweerder heeft een taxatiematrix overgelegd met vier referentiewoningen die qua ligging, verkoopdatum en type vergelijkbaar zijn. De rechtbank acht deze referentiewoningen geschikt en concludeert dat de vastgestelde waarde niet te hoog is, mede omdat de prijs per m2 van de woning in lijn ligt met de referentiewoningen. De lagere waarde uit het taxatierapport van eiser wordt verworpen vanwege minder geschikte referentiewoningen.
De rechtbank wijst ook de bezwaren over de staat van onderhoud, de stijging van de WOZ-waarde en de grondwaarde af. De gebruikte grondstaffel is conform gebruikelijke methoden en is consistent toegepast. Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van €1.764.000,- wordt ongegrond verklaard.