ECLI:NL:RBMNE:2025:1228

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
14 februari 2025
Publicatiedatum
21 maart 2025
Zaaknummer
UTR 25/1075
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 13b Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen zes maanden woningsluiting wegens drugshandel

Op 14 november 2024 werd in de woning van verzoeker een grote hoeveelheid harddrugs aangetroffen, waaronder 3.174 XTC-pillen, 519,2 gram MDMA en 122 gram amfetamine, samen met verpakkingsmateriaal en weegschalen. De burgemeester besloot daarop op 16 januari 2025 de woning voor zes maanden te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 11 februari 2025 en oordeelde dat de burgemeester terecht heeft geconcludeerd dat sprake is van een handelshoeveelheid drugs en dat de woning een rol speelde in de drugshandel. Dit werd onderbouwd door de grote hoeveelheid drugs, de aangetroffen handelattributen en berichten op de telefoon van verzoeker die handel vanuit de woning bevestigen.

Verzoeker voerde aan dat er geen feitelijke verstoring van de openbare orde was en dat de sluiting daarom niet gerechtvaardigd was. De voorzieningenrechter verwierp dit en stelde dat de sluiting noodzakelijk en geschikt is om de drugshandel te beëindigen en het woonklimaat te beschermen. De belangen van verzoeker om in de woning te blijven, waaronder zijn persoonlijke omstandigheden en de dreiging van dakloosheid, wogen minder zwaar dan het belang van handhaving van de openbare orde.

De voorzieningenrechter wees het verzoek om voorlopige voorziening af, waardoor de burgemeester de woning voor zes maanden mag sluiten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de zes maanden durende sluiting van de woning wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/1075
uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 februari 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoeker] , uit [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. S.G.H. Langeweg),
en

de burgemeester van de gemeente Utrecht

(gemachtigde: A. Hogendoorn ).
Aan het geding heeft ook deelgenomen: Stichting Woonin (verhuurder).
(gemachtigde F. Tap )

Inleiding

In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de sluiting van zijn woning aan de [adres] in [plaats] (de woning).
Op 14 november 2024 is door de politie onder andere 3.174 XTC-pillen, 519,2 gram MDMA en 122 gram amfetamine en diverse designerdrugs aangetroffen tijdens de doorzoeking van de woning.
In het bestreden besluit van 16 januari 2025 heeft de burgemeester besloten om de woning op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor de duur van zes maanden te sluiten.
Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 11 februari 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van de burgemeester en de gemachtigde van Woonin.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

1. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe hij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.
Bevoegdheid
2. De bevoegdheid van de burgemeester om de woning te sluiten op grond van artikel 13b van de Opiumwet is als zodanig niet bestreden. Gelet op de hoeveelheid harddrugs die is aangetroffen van bijna 2 kilogram en de overige feiten, zoals verpakkingsmateriaal en weegschalen, heeft de burgemeester terecht de conclusie getrokken dat in de woning een handelshoeveelheid drugs is aangetroffen. Er is sprake van een ernstig geval, dat rechtstreekse sluiting van de woning rechtvaardigt.
De noodzaak en geschiktheid van de sluiting
3. Verzoeker voert aan dat de burgemeester zijn woning niet mag sluiten omdat er geen sprake is van handel vanuit de woning. Met de sluiting van de woning worden de beoogde doelen van de burgemeester niet gerealiseerd. Er was namelijk geen feitelijke verstoring van de openbare orde.
4. De burgemeester heeft naar het oordeel van de voorzieningenrechter op goede gronden geconcludeerd dat sluiting noodzakelijk was. Gelet op de grote hoeveelheid drugs en de aangetroffen attributen die gebruikt worden in de handel (zoals versnijdings- en verpakkingsmateriaal en weegschalen) mocht zij ervan uitgaan dat de woning een rol speelde in het drugscircuit. In in de telefoon van verzoeker zijn verder berichten aangetroffen die duiden op handel in drugs, ook vanuit de woning. Het gaat over het aanbieden en afhalen van (verpakte) drugs en prijzen. Verzoeker heeft ook gezegd dat hij spullen verpakte en klaar legde die afgehaald konden worden. Dit zijn aanwijzingen dat de woning zelf ook een rol had in de handel in drugs. Het is een feit van algemene bekendheid dat de openbare orde kan worden verstoord door drugshandel, omdat het criminele circuit zich weinig aantrekt van de gebruikelijke waarden en normen, zoals veiligheid en rust op straat. In plaats daarvan is de kans groot dat het door bijvoorbeeld verslaving en contant geld onrust en onveiligheid aantrekt. Daarbij ligt de woning in een woonwijk, waarvan de burgemeester onbetwist heeft gesteld dat de veiligheid van het woonklimaat onder druk staat en er dus ingegrepen moet worden in zaken als deze.
5. Gezien het vorenstaande is sluiting van de woning niet alleen geschikt om de bekendheid te beëindigen, maar daartoe ook noodzakelijk om de rol als schakel in de keten van de drugshandel te stoppen.
6. Gelet op de hoeveelheid aangetroffen harddrugs en de sterke aanknopingspunten dat er handel vanuit de woning plaatsvond, heeft de burgemeester zich met toepassing van het beleid op het standpunt mogen stellen dat de sluiting van zes maanden geschikt is om de overtreding te beëindigen en de bekendheid te stoppen van de woning als plek waar drugs te krijgen zijn. Ook heeft de burgemeester zich op het standpunt kunnen stellen dat een lichter middel, zoals een voorwaardelijke sluiting, niet geschikt is om de overtreding te beëindigen. Daarbij heeft de burgemeester mogen betrekken dat er sprake is van een ernstig situatie omdat meerdere indicatoren van haar beleid van toepassing zijn. Ook mocht zij oordelen dat verzoeker een ernstig verwijt kan worden gemaakt. Hij heeft een actieve rol gespeeld en zijn stelling dat hij niet wist dat het om harddrugs ging, komt niet geloofwaardig over net als zijn stelling dat de poeders en (circa 3.100) pillen van een inmiddels overleden vriendin waren en dat hij min of meer uit gewoonte of onwetendheid is doorgegaan met verstrekking ervan.
De evenwichtigheid van de sluiting
7. Een en ander neemt niet weg dat aannemelijk is dat de gevolgen van de sluiting van de woning groot zijn voor verzoeker. Hij stelt geen vrienden of familie te hebben waar hij kan verblijven en hij is bang voor een ernstige terugval in zijn persoonlijke omstandigheden als hij (opnieuw) dakloos wordt en zijn kinderen niet thuis kan ontvangen. Ook heeft de verhuurder aangekondigd een procedure te starten om zijn huurovereenkomst te beëindigen.
8. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter heeft de burgemeester de belangen van handhaving van de openbare orde en een rustig woon- en leefklimaat zwaarder mogen laten wegen. Niet is onderbouwd dat verzoeker niet (tijdelijk) kan verblijven bij vrienden of familie. Ook is niet gebleken dat verzoeker een bijzondere binding heeft met de woning. Hij ziet zijn kinderen eenmaal per veertien dagen op zondagmiddag en niet aannemelijk is dat dat alleen (veilig) in zijn woning kan. Overigens was de woning ook niet veilig voor jonge kinderen gezien de aangetroffen spullen aldaar. Dat de verhuurder de huurovereenkomst van verzoeker wil laten ontbinden, is een beslissing die door de kantonrechter zal worden getoetst nu de verhuurder niet een buitengerechtelijke ontbinding voorstaat. De belangen van verzoeker om in de woning te kunnen blijven tijdens de bezwaarprocedure wegen daarom minder zwaar dan die van de burgemeester om de overtreding te beëindigen en het woon- en leefklimaat veilig te stellen.

Conclusie en gevolgen

De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent de burgemeester de woning voor zes maanden mag sluiten. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 14 februari 2025 door mr. P.J.M. Mol, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. K.E. Pruntel, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.