Uitspraak
[A], wonende te [woonplaats] ,
1.De procedure
- de akte van de Bewindvoerder met producties 1-5;
- de mondelinge behandeling van 4 maart 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt.
2.De feiten
- op de eettafel in de woonkamer een grote hoeveelheid lege zakjes. Welke aangemerkt kunnen worden als verpakkingsmateriaal;
- op de salontafel restanten van gebruik; lepels, gasbrander, lege papiertjes/wikkels;
- op de rand van de bank, een leeg doorzichtig zakje. Met een zwart-wit logo, met daaronder de tekst 'Piramide';
Voor het schoenenrek: zakje met 21 blauwe pillen in wit potje;
27,87 gram, indicatie onbekend;
Op magnetron die op koelkast stond: doorzichtige plastic zak met daarin een wit poeder,
56,46 gram, indicatie silciumoxide;
Op het aanrecht: plastic bakje met daarin doorzichtige kristalachtige korrels;
597,9 gram, indicatie magnesiumchloride 0,91%;
Op de vaatwasser: een zwarte mal voor het persen van hash;
Elf flessen met een doorzichtige en wat stroperige vloeibare substantie;
Voor alle flessen geldt dat de inhoud voor meer dan 99% indicatief op water testte;
Wit potje met daarin een doorzichtige en wat stroperige vloeibare substantie;
468 gram, indicatie water 0,99%;
Doorzichtige handschoen met daarin een roze substantie:
Indicatie Cleaning agent (schoonmaak);
In een glaasje: roze/paarse pillen met de letters 'W W’;
Geen resultaat.
3.Het geschil
4.De beoordeling
- Gooi en Omstreken heeft ter zitting onweersproken aangevoerd dat voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst met [A] een intakegesprek is gevoerd, gelet op zijn detentieverleden. In dat gesprek heeft Gooi en Omstreken aangegeven dat de woning eerder bewoond werd door een persoon die drugsgerelateerde overlast veroorzaakte en dat zij uitdrukkelijk op zoek is naar een huurder die dergelijke overlast niet veroorzaakt. In dat gesprek heeft [A] aangegeven dat het goed met hem ging, hij bij zijn zus (in de sportschool) werkte en hij afstand heeft genomen van zijn verleden.
- Ondanks dit gesprek hebben zich sinds de aanvang van de huurovereenkomst in de woning zeer ernstige, drugsgerelateerde feiten voorgedaan die de nodige risico’s en daadwerkelijke overlast voor de omgeving hebben opgeleverd. Dit valt [A] zwaar aan te rekenen.
- [A] heeft zelf actief bijgedragen aan de drugsgerelateerde activiteiten. Hij heeft immers verklaard dat er personen bij hem thuis kwamen om schone cocaïne te maken en verpakken, omdat hij verstand heeft van de kwaliteit en productie van cocaïne. [A] heeft de personen dus toegelaten tot zijn woning, toegestaan dat daar drugs werd gemaakt en verpakt en daar zijn deskundigheid voor ingezet.
- Met de beëindiging van de huurovereenkomst wil Gooi en Omstreken een einde maken aan de drugsgerelateerde (criminele) activiteiten, de risico’s die dit met zich brengt en de overlast in de woonwijk. Gooi en Omstreken voert in dit kader een zerotolerancebeleid en heeft als woningcorporatie de taak in te staan voor het ongestoord woongenot van omwonenden. Van het optreden van Gooi en Omstreken gaat ook een signaalwerking uit. Dit is een zwaarwegend belang aan de zijde van Gooi en Omstreken. Bovendien wenst zij haar schaarse woningen niet te verhuren aan personen die de woning gebruiken voor de productie en verwerking van drugs. De wachtlijsten voor sociale huurwoningen zijn zeer lang.
- [A] heeft een zwaarwegend woonbelang. Ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning is een verstrekkende maatregel. In de huidige woningmarkt is het niet eenvoudig alternatieve woonruimte te vinden.
- De Bewindvoerder heeft aangevoerd dat [A] een belast verleden heeft. Het gaat nu goed met hem en hij gebruikt geen drugs. Hij is veel in de sportschool van zijn zus te vinden, waar hij traint en les geeft. Hij staat op de wachtlijst voor opname in een kliniek. Zonder woning komt hij daarvoor niet in aanmerking. Als hij de woning moet verlaten, zijn de gevolgen voor hem en de maatschappij niet te overzien, aldus de Bewindvoerder.